Logo VNK

menu

Bulletin 2020-3 Crisis als katalysator

Op de kunsthistorische Dag, die voor het eerst online plaats vond, stond het thema Crisis als katalysator centraal. In dit Bulletin blikken we terug op dat onderwerp, met een samenvatting van de bijdragen van de sprekers, een terugblik op het panelgesprek, een column van Epco Runia, reacties van bezoekers en interviews met de prijswinnaars van de kunsthistorische prijzen. Daarnaast spraken we met drie studenten die dit jaar begonnen aan hun studie kunstgeschiedenis. Daarnaast nemen we in de bulletin afscheid van voorzitter Annette de Vries. Zij schreef een laatste column voor het bulletin en natuurlijk blikken we terug op haar bijdrage aan de VNK. Tenslotte vind je ook een terugblik op de workshop social media, georganiseerd door de sectie zelfstandige kunsthistorici.

illustratie: Eva van den Biggelaar illustratie: Eva van den Biggelaar

Afscheidscolumn van voorzitter Annette de Vries
 

Over de schaduw heen

De crisis als katalysator. Een actueler onderwerp had de VNK voor haar jaarlijkse Kunsthistorische Dag op 30 oktober jl. niet kunnen kiezen. Zo’n 150 kunsthistorici lieten zich die middag inspireren door gedachten en inzichten van uiteenlopende sprekers: Emilie Gordenker (Van Gogh Museum), Nanne Dekking (Artory, voorheen TEFAF), Hanneke Grootenboer (Radboud Universiteit), Susan Lammers (RCE) en Catrien Schreuder (Stedelijk Museum Schiedam). Rode draad in hun verhalen: de crisis leert ons dat niks in beton is gegoten, maar ook dat nieuwe wegen altijd mogelijk zijn. Natuurlijk, het is een zware tijd voor de culturele sector, de grootste werkgever van kunsthistorici. Tegelijkertijd dwingt de crisis ons om veranderingen te omarmen; ze stonden al enige tijd aan de poort te rammelen. En laten we eerlijk zijn, dat vinden wij niet altijd gemakkelijk. Ik draai inmiddels aardig wat jaartjes mee in het kunsthistorische veld,  een wereld met haar eigen (ongeschreven) normen, waarden en gedragingen. We weten heel goed dat het belangrijk is om maatschappelijk relevant te zijn, maar is dit inmiddels onze tweede natuur geworden? Terwijl wij driftig zoeken naar wegen om relevanter en inclusiever te zijn, ontwikkelt de samenleving zich ook. Tegen de tijd dat we denken te weten hoe het zit, is de samenleving al weer verder. Relevant zijn betekent simpelweg hard werken. Soms hangt het verleden als een sleepanker achter ons aan. Van de kunsthistorische canon tot onze personalistische cultuur die niet als vanzelf stimuleert om nieuwe paden te betreden.

Tijdens het 75-jarig jubileum van de VNK in 2014 presenteerden we het boek Onder kunsthistorici. Met een prachtig overzicht van de geschiedenis van de VNK door Annemieke Hoogenboom. Wat ooit begon als een gezellige club van ‘brothers in arms’ (aanvankelijk weinig ‘sisters’ ) groeide uit tot een serieuze en gemêleerde beroepsvereniging die zich druk maakt om zowel wetenschapsbeoefening als belangenbehartiging voor het vak en haar beoefenaars. Zo staat het zo mooi beschreven in onze statuten die recentelijk – eindelijk – ANBI-proof zijn geworden! Bij de aanbieding van de publicatie in 2014 maakte ik met een knipoog een psychologisch rapport van de kunsthistoricus. Een paar kreten daaruit: deskundig, toegewijd, gepassioneerd, individualistisch, soms introvert, geen hemelbestormer, zorgvuldig, perfectionistisch,  personalistisch, intellectueel autonoom en natuurlijk creatief. Maar nog wel een beetje in een eigen bubble. Daarin wordt al enige tijd geprikt en dat prikken wordt steeds heftiger en komt van meer kanten. Inmiddels proberen we ook van binnenuit ons te bevrijden. Je hoeft geen groot visionair te zijn om te realiseren dat beide bewegingen elkaar kunnen versterken. Daarin ligt dus de opdracht: hoe kunnen we over onze eigen schaduw heen springen. Het is een krachtig beeld. Een schaduw valt achter je en volgt je op de voet. Het lijkt alsof het aan je vastkleeft. Het is een plek buiten het licht, maar kan ook beschutting bieden. Was het niet een schaduw die volgens de overlevering aan de wieg van de teken- en schilderkunst stond? De geliefde die de omtrekken van een vertrekkende minnaar vastlegt? Wie houdt er niet graag grip op het vertrouwde?

Kunstjournaliste Carolina A. Miranda van de Los Angeles Times schreef onlangs een interessante column over individualisme versus collectieve actie in de culturele sector. Haar referentiekader is de Verenigde Staten (waar we ons over blijven verbazen… ), maar toch. Ze waarschuwde voor de giftige mythe van het individualisme: van de verheerlijking van de stoere cowboy tot de eenzame genius, kunstenaar of niet. En eerlijk is eerlijk: de kunstgeschiedenis is nog steeds in hoofdzaak het verhaal van enkele grootmeesters, white & male. Miranda signaleert een beweging richting meer waardering voor collectieve vormen van (kunst)creatie. Voor het bredere verhaal. Juist daar waar verschillende perspectieven bij elkaar komen, ontstaat er ruimte voor iets nieuws. Een goed voorbeeld hiervan is een frisse blik op de rol van de museale bezoekers. Johan Idema schreef er onlangs een mooi boek met de intrigerende titel A spectator is an artist too over. Hij verkent op basis van oorspronkelijk tienduizenden foto’s op social media hoe mensen zich verhouden tot kunstwerken en daar (nieuwe) betekenis aan geven. Kunst gaat om meer dan het fysieke object; het gaat ook om de ervaring ervan. Feitelijk maakt de kijker een kunstwerk compleet. Of maakt er een nieuw kunstwerk van. Natuurlijk zijn er in musea al heel veel stappen gezet om de interactie met het publiek te versterken, maar nog vaak overheerst het ‘vertellen van het verhaal’ over het ‘beleven van het verhaal’. Met het meer divers worden van het museumpubliek, verandert ook de manier waarop bezoekers reageren. Misschien wordt de museale ervaring meer terloops, creatiever en oppervlakkiger. Dat vraagt dan om loslaten.

In de afgelopen zes jaar heb ik de VNK geleidelijk zien veranderen. Er staat een eigentijdse en professionele club met 850 leden en veel groeimogelijkheid. We weten ons gesteund door een groep trouwe institutionele steunleden; onmisbaar voor ons draagvlak. Ik heb met heel veel plezier de karavaan, die al in 1939 op pad ging, een stukje verder laten trekken. Maar dat kon alleen dankzij een fantastisch team en een groeiende groep actieve VNK-leden (zoals de commissie Kunsthistorische Dag en redactiecommissie Bulletin). Ik wens Lidewij de Koekkoek, de nieuwe voorzitter per 1 januari a.s., veel succes en plezier in haar nieuwe rol. Mijn lieve bestuursleden en officemanager – Marie Baarspul (educatie), Geerte Broersma (secretaris), Mascha van Damme (architectuur per 1 januari a.s.), Esther van der Hoorn (universiteiten), Eloy Koldewey (architectuur tot 1 januari a.s.), Eline Levering (officemanager), Lisette Luijkx (zelfstandigen), Marion van der Marel (penningmeester) en Epco Runia (musea) – ga ik verschrikkelijk missen. Over die schaduw moet ik persoonlijk dus even heen springen. Maar de VNK wens ik een schaduwloze toekomst toe. Met vereende kracht gaat dat zeker lukken.