Logo VNK

menu

Columns

Wat is een kunsthistoricus eigenlijk? Mijn eerste jaar in het vak

In mijn column van december 2014 vertelde ik als onlangs afgestudeerde kunsthistoricus over mijn drie voorliggende keuzen: een baan zoeken in het culturele veld, een plaats zoeken als promovendus of docent te worden in het middelbaar onderwijs. Uiteindelijk heb ik besloten voorlopig in ieder geval het onderwijs niet in te gaan: mijn liefde voor onderzoek blijft het stelselmatig winnen van elk ander plan. Daarom ben ik dit jaar vooral bezig geweest met mijn andere twee opties: werken en promoveren.

19 januari 2016
Door Anne van Dam

Over werk heb ik niet mogen klagen in 2015. Na een periode als projectmanager bij een oude stageplaats had ik het voorrecht mee te werken aan de evaluatie van een cultureel fonds. Het was werk waar ik nooit aan had gedacht maar het bleek goed bij me te passen en was uitdagend en interessant. Als ‘zzp’ kunsthistoricus kan ik dan ook tevreden terugkijken op mijn professionele ontwikkeling in mijn eerste jaar als professional. Wat ik dit jaar echter niet had voorzien, maar wat zeker aan het plezier van het jaar bijdroeg, was dat ik kennis heb gemaakt met veel meer mensen die ook professioneel met kunst bezig zijn. Het was tijdens deze vele ontmoetingen dat ik mij realiseerde dat het beroep kunsthistoricus veel gevarieerder en complexer was dan ik mij eerder had voorgesteld. Als student keek ik uit naar een abstract beroep dat vrijwel volledig leek voorbehouden aan musea en misschien een handvol andere instellingen. Maar in dit jaar heb ik mensen ontmoet die werken met allerlei soorten kunst, uit allerlei perioden en vanuit allerlei instituten. Ik heb kunsthistorische wetenschappers ontmoet, curatoren, conservatoren, vrijwilligers, verenigingsleden, tentoonstellingsorganisatoren, behoudsmedewerkers, galeriemedewerkers, journalisten, art handlers, registrars, kunsthistoriografen, schrijvers en, niet te vergeten, de culturele duizendpoten die we zzp’ers noemen. Ons mooie beroep omvat al die mensen die met zoveel liefde, soms onbezoldigd en soms vanuit een compleet onverwachte hoek zich kunst bezig houden. Een beroep waar ik voor mijn gevoel ook eindelijk toebehoor, definitief voor mijn gevoel, door mijn nieuwe positie als buitenpromovendus.

Naast mijn eerste jaar als zelfstandig ondernemer, was dit ook het jaar waarin ik hard heb gewerkt om een betaald aio-schap te bemachtigen. Zoals voorspeld was dit een frustrerend, keihard en vaak demotiverend proces. Hoewel ik voor verschillende plaatsen heb gesolliciteerd, brachten hard werk en maanden voorbereiding mij niet eens tot de tweede ronde. Maar wat ik niet had verwacht, was de steun die ik bleef ontvangen van mijn oud-scriptiebegeleiders en professoren. Zij bleven motiverend, schreven toch wéér een aanbevelingsbrief, hadden tijd voor koffie, dachten mee over mogelijkheden en inspireerden mij met nieuwe ideeën. Zelfs academici die mij niet kenden konden tijd voor mij vinden. In plaats van een ervaring waardoor ik academia wilde verlaten, was dit jaar een ontdekkingstocht van solidariteit, gezamenlijke liefde voor onderzoek en steun uit onverwachte hoeken. Daarom heb ik besloten mijn onderzoek aan te vangen als een extern promovendus. Inmiddels ben ik ingeschreven en onderdeel van een onderzoeksschool en ben ik echt begonnen met mijn onderzoek. Omdat ik toch zal moeten blijven werken naast het schrijven van mijn proefschrift, zal ik mij het komende jaar ook richten op het creëren van een balans tussen de professionele en academische kant van het bedrijf dat ik ben geworden met het aanvangen van mijn extern promovendusschap.

Ondanks een paar kleine tegenslagen ben ik tevreden en dankbaar voor mijn eerste jaar als kunsthistoricus. Dankzij dit jaar ben ik niet alleen het beroep kunsthistoricus anders gaan beschouwen, maar heb ik ook heel erg veel over mijzelf geleerd. Ik weet nu dat ik sterk intrinsiek gemotiveerd ben, graag met anderen samenwerk en dat analytisch werk, onderzoeken en schrijven mij aan het hart gaan. Ik kan mij op dit moment niet voorstellen waar ik over een jaar sta. Maar als mijn tweede jaar als kunsthistoricus evenveel verassingen oplevert als het eerste jaar, zal ik ongetwijfeld tevreden zijn.

Anne van Dam is een kunst- en cultuurhistorica uit Amsterdam met een interesse in World Art Studies en de geschiedenis van de kunstgeschiedenis. Als extern promovendus is zij momenteel verbonden aan de Universiteit Leiden waar zij onderzoek doet naar de vorming van de kunstgeschiedenis als ‘wetenschappelijk’ discipline in de negentiende eeuw. Daarnaast is zij werkzaam als onafhankelijk kunsthistorica binnen haar eigen bedrijf Magistraere Arts and Research.

Rembrandt van Rijn, Homerus, 1663, Mauritshuis, Den Haag (Fotografie: Margareta Svensson)