Logo VNK

menu

Columns

Het dubbelleven van een kunsthistoricus

Als ik op maandagochtend naar mijn werk in Rummelsburg-Lichtenberg fiets, passeer ik figuren met glitters in hun haar en verf op hun gezicht die van hun “drei Tage wach” in de club Sisyphos hun weg naar huis banen; een typisch Berlijns tafereel. Rummelsburg kan het beste worden getypeerd als een gebied in ontwikkeling; enerzijds heeft het de Oost-Duitse allure met vervallen Plattenbauten en braakliggend terrein, anderzijds schieten nieuwe Java-eilandachtige architectonische projecten als paddestoelen uit de grond. Sisyphos, een voormalige hondenbrokkenfabriek, bevindt zich direct tegenover een honderd jaar oude anilinefabriek die in 2013 door Tomás Saraceno is gekocht. De kunstenaar was in 2001 naar Duitsland verhuisd om daar zijn architectuurstudie aan de Städelschule in Frankfurt af te ronden.

12 mei 2016
Door Fabiola Bierhoff
 

Werken voor een contemporaine kunstenaar, het was niet iets waarvan ik ooit dacht dat ik er voor geschikt zou zijn. Maar hier zit ik dan, met een been in Saraceno’s kunstenaarsstudio, en tegelijk met mijn andere been in de Staatsbibliothek voor mijn proefschrift. Het leven als promovendus kunstgeschiedenis in Duitsland wordt vooral getekend door de vele beursaanvragen – indien er geen door de Deutsche Forschungsgesellschaft gesubsidieerd project is. Een promovendus heeft in Duitsland een andere status dan in Nederland. Je bent hier een soort student plus, maar je blijft vooral een student. Hoewel ik nooit aan de universiteit heb willen werken, maar altijd een baan als onderzoeksmedewerker aan een Duits instituut of museum ambieerde, is het hiervoor noodzakelijk om een Doktortitel te behalen.

Na enkele beurzen te hebben genoten en een tijdje als wissenschaftliche Mitarbeiter voor de Stiftung Preußischer Kulturbesitz te hebben gewerkt, haakte ik af om verder bij de Berlijnse musea te solliciteren. Niet alleen zijn de ronduit trage sollicitatieprocedures fnuikend – zowel de ontvangst- als de afwijzingsbrieven laten minimaal zes maanden op zich wachten – maar ook het zogenaamde Volontariat, een soort stage na je proefschrift en in feite obligatoir om een voet tussen de deur te krijgen, was voor mij niet haalbaar.

Gelukkig bestaat het Berlijnse kunstlandschap niet alleen uit musea, maar ook uit galerieën en ateliers van kunstenaars die sinds de Val van de Muur naar Berlijn zijn getrokken. Zo ook de studio van Tomás Saraceno, de tweeënveertigjarige Argentijnse architect die zich heeft toegelegd op grootscheepse installaties op het snijvlak van kunst, architectuur en ruimtevaart. Inmiddels heeft hij ruim veertig mensen in dienst. Aanvankelijk solliciteerde ik op een positie als assistent, maar tijdens het gesprek werd het duidelijk dat ik wellicht wat geschikter zou zijn voor het papier- en documentatiewerk rondom zijn werken waarvan het aantal inmiddels boven de vierduizend stijgt. Meestal hou ik me met het optimaliseren van informatie over de werken in de database bezig. Ik zorg dat alles op orde is als de werken gaan reizen en weer gevonden kunnen worden als ze terugkomen, inclusief het maken van conditierapporten. Ook beheer ik de 7500 contacten die in de database zitten, verzin de titels voor de werken, archiveer alle papier, herorganiseer het depot, verstuur certificaten, onderhoud contact met de galerieën en de verzamelaars. Het is een redelijk praktische baan, maar het is een fantastische ervaring om deze andere kant van het kunstbedrijf te mogen leren kennen. Bovendien vormen mijn bezigheden in de studio een goede afwisseling met mijn theoretisch bestaan in de bieb.

Gevoelsmatig houd ik op dit moment alle ballen in de lucht; mijn promotie, mijn andere schrijfactiviteiten en mijn baan bij Saraceno. Dat laatste begint toch aardig de overhand te nemen maar geeft ook veel inspiratie, dankzij het amalgaam aan collega’s en de wonderlijke kunstenaar zelf.

Fabiola Bierhoff (1984) studeerde kunstgeschiedenis in Nijmegen en Berlijn en volgde de museumconservatoropleiding in Amsterdam. Ze woont sinds 2009 in Berlijn en werkt in de studio van Tomas Saraceno. Daarnaast schrijft ze haar proefschrift over de rol van (autonome) kunstkritiek voor performatieve kunst in het laatste decennium van de DDR  aan de Freie Universität.

Anoniem, fragment goudleer, ca. 1650 - ca. 1675, Rijkmuseum, Amsterdam.