Logo VNK

menu

Columns

Een toekomst als kunsthistorica

De VNK volgt de komende maanden een aantal bijna en pas afgestudeerde kunsthistorici bij de zoektocht naar een baan. De tweede column in deze serie is van Jade Kerste.

15 oktober 2014
Door Jade Kerste
 

‘Nog ruim een half jaar, en dan ben ik naar verwachting een afgestudeerd kunsthistorica. Hoewel ik eerst mijn masterstudie wil afronden, heb ik dit jaar al even mogen proeven van het werkveld, als stagiaire bij achtereenvolgens ING Art Management en het Cobra Museum voor Moderne Kunst in Amstelveen. Sinds januari ben ik dus aan het werk, en ik vind het heerlijk. Eindelijk doe ik dingen niet alleen om er zelf van te leren, maar dient het ook een ander doel. Het werk dat ik verricht, wordt ergens voor gebruikt en wordt onderdeel van een groter geheel. Daarnaast weet ik door te werken steeds beter wat ik wil, wat bij me past, waar ik goed in ben en wat ik nog moet ontwikkelen. En dan is er nog de werkomgeving die me heel goed bevalt: bij ING liep ik rond tussen de kunstwerken in het prachtige hoofdkantoor, bij het museum zag ik niet alleen de kunst, maar ook een groot aantal bezoekers dat er dagelijks van geniet.

‘Het vinden van een baan op niveau valt niet mee.’

Bijna krampachtig probeer ik zoveel mogelijk ervaring op te doen, want dat het vinden van een baan op niveau niet meevalt, zie ik om me heen. Pas afgestudeerde kunsthistorici, mensen zoals ik, nemen baantjes aan als suppoost in een museum of als stagiair. Het is immers werk in de sector, en werk in de sector is goed. Ik probeer optimistisch naar de toekomst te kijken, maar dit wordt bemoeilijkt door mijn omgeving. Hoe vaak ik – en ik weet zeker dat dit herkenbaar is – niet gevraagd ben wat ik eigenlijk ga dóén met mijn studie. En of het niet moeilijk zal zijn om aan een baan te komen, gezien de huidige ‘ongunstige markt’. Ja, het zal zeker lastig zijn. Maar is dat een reden om je hart niet te volgen, om niet te proberen je dromen te laten uitkomen? Je bent toch uiteindelijk het beste in je werk als je er een passie voor hebt, meen ik.

Dus zet ik door en bereid ik me voor. Een groot deel daarvan gebeurt online: informatie vergaren over kunstinstellingen, weten wat er speelt en waar er vacatures zijn. Aan de andere kant schept het internet ook veel mogelijkheden tot het presenteren van jezelf; op zoek zijn naar een baan in deze tijd betekent online zichtbaar zijn. Maar ook dit is lastig: hoeveel wil je dat anderen van je weten? Zeker als beginnende in het werkveld wil je graag serieus worden genomen en voor professioneel aangezien worden. En toch wil je ook jezelf blijven. Een vreselijk verwarrende kwestie die zich uitspreidt over verschillende sociale media.

‘Voor het eerst weet ik niet waar ik over een jaar ben.’

Ook nadenken over de toekomst is inmiddels een hobby die ik vaak uitoefen, getuige mijn lijstjes van mogelijke toekomstige werkgevers en – al dan niet kunsthistorische – grote en kleine dromen (denk: Italiaans leren in Italië, heel veel mooie tentoonstellingen maken, jurylid zijn bij de Zomerexpo-voorrondes). Het blijft een beetje eng om naar de toekomst te kijken: voor het eerst in mijn leven weet ik geen antwoord op de vraag ‘waar ben ik over een jaar?’. Maar het is ook leuk: met de hang naar groei die ik heb, verheug ik me op de toekomst en wat die brengen zal.’

Jade Kerste is masterstudente Kunstbeleid en Mecenaat (onderdeel van Kunst- en Cultuurwetenschappen) in Nijmegen. Ze liep stage bij ING Art Management en in het Cobra Museum voor Moderne Kunst in Amstelveen.

Charity (la bienfaisance), 1785, Hard-paste biscuit porcelain, The J. Paul Getty Muse