Logo VNK

menu

Columns

Een kunstgeschiedenisstudent ben ik niet

Alles lijkt tegenwoordig steeds meer met elkaar verweven. Lineair denken is niet meer van nu, het draait vooral om heen en weer schakelen, overlappen en linken. Ook de studie kunstgeschiedenis moet zich kennelijk aanpassen aan die wereld.

25 juli 2016 

Door Janneke Sif Rutten

Deze wijze van denken is terug te zien in de recente ontwikkelingen van interdisciplinaire bachelors, waar de nieuwbakken ‘Media, Kunst, Design en Architectuur’ (MKDA) van de Vrije Universiteit er een van is. Deze studie, die sinds 2013 aangeboden wordt, is een mondvol. De titel spreekt voor zich: de bachelor behandelt maar liefst vier disciplines die niet meer per se onder kunstgeschiedenis vallen. Na het eerste jaar kiest de student een richting, om vervolgens met overlapping met andere disciplines het traject door te gaan. Zeer aantrekkelijk voor de student die er nog nèt niet helemaal uit is wat zijn of haar interesse in het culturele vakgebied is.

Maar hoe sluit deze studie aan op de arbeidsmarkt? De reden van de VU om deze vier disciplines samen te voegen in de hoop een meer ‘actuele’ houding te hebben op de o zo veranderende beeldcultuur en samenleving lijkt een goede beslissing. Maar wat is profijtelijker: als specialist of als ‘all-rounder’ opgeleid te worden? Bij MKDA leiden ze je namelijk op als ‘all-rounder’ en dat houdt in dat je een bredere kennis hebt van verschillende culturele disciplines. Kunstgeschiedenis, hier omgedoopt tot ‘kunst’, functioneert als een van de vier. De basics zijn hetzelfde als bij kunstgeschiedenis, alleen wordt er gepoogd de overlap met andere disciplines te bestuderen. Dit perspectief is mij in de afgelopen drie jaar bevallen maar viel soms ook tegen.

Hoewel de studie ook design in het curriculum heeft, komt deze bij de gemeenschappelijke vakken duidelijk minder aan bod. Het gaat hier dan om designtheorie, en de studie van mode, productontwerp en grafisch ontwerp. Het is merkbaar dat voor deze jonge discipline nog geen compleet aanbod ontwikkeld is. De overlapping en samenvoeging van de disciplines in deze bachelor is een spiegel van de samenleving (en beeldcultuur), omdat verschillende disciplines niet autonoom te analyseren zijn. Een beschouwing, waarbij andere disciplines worden weggelaten of slechts marginaal worden behandeld, zou immers tekort schieten. Ook dit is terug te zien in het culturele werkveld.

De momenten dat ik twijfel aan mijn studie worden vooral ingegeven door mijn ‘onduidelijke’ academische identiteit en de irritaties die daar uit voortkomen. Een kunstgeschiedenisstudent ben ik niet, ik heb niet dezelfde kennis als een kunsthistoricus. Zullen de werkgevers in het werkveld mij serieus nemen? Zijn zij op zoek naar iemand met een brede of juist specifieke kennis? Tevreden ben ik met de ‘all-round’ studie wanneer ik merk dat de interdisciplinariteit goed uit de verf komt. Vooral van de meer  theoretische vakken heb ik zeer genoten. Hier merkte ik dat de verschillende disciplines goed samen kwamen. Zo komt kunst bijvoorbeeld aan bod als een begrip dat niet meer los te denken is van media en van internet in het bijzonder. Een beeld in deze ‘beeldcultuur’ van een (kunst)object of zelfs van een gebouw heeft een compleet andere betekenis dan jaren voorheen. Wel blijft een verdieping van de stof, zoals in een master, essentieel.

Of de sector vraagt naar specialisten of all-rounders, daar zal ik zelf achter moeten komen. Je zou de vraag nog verder kunnen trekken en afvragen in hoeverre theoretische studies (zouden) moeten aansluiten op een specifiek beroep in de culturele sector. Je kunt het ook omdraaien: zouden beroepen niet ook moeten aansluiten op theoretische studies?

Janneke Sif Rutten (22), in IJsland geboren, groeide op in Brussel en Amsterdam en studeert momenteel Media, Kunst, Design en Architectuur aan de Vrije Universiteit. Het afgelopen jaar heeft zij een half jaar in Istanbul gestudeerd. Om haar kennis van de niet-Westerse wereld uit te breiden zal ze het komende half jaar hieraan gerelateerde vakken aan de UvA volgen. Met haar bijbaan in het Stedelijk Museum café probeert Janneke in de buurt te blijven van de kunstwereld.

Reageren op deze column? Dat kan via secretariaat@kunsthistorici.nl

Gerard ter Borch, Handwerkende vrouw bij een wieg, Mauritshuis, Den Haag (Fotografie: Margareta Svensson)