Logo VNK

menu

Columns

De afwezigheid van Aristoteles

‘Wat die tentoonstelling betreft: die is prachtig, niet te missen. Een bloedmooie vormgeving in een slim parcours.’ Het staat in de tentoonstellingsrecensie van Stefan Kuiper over de Haagse School (bijlage Volkskrant, 10 april). Kennelijk gaat het om de locatie Gemeentemuseum Den Haag, want deze verdient vijf sterren. De tentoonstelling in het Dordrecht Museum krijgt er ‘slechts’ vier, want ‘een tikje degelijk’.

24 april 2015
Door Menno Jonker

Tot zover het kritische gedeelte van de recensie, die voor de overige 95 procent ingaat op de kunstenaars en hun werk. Het is een enthousiaste beschrijving van de kalveren geschilderd door Willem Maris en over hoe bijvoorbeeld Willem Roelofs te werk ging. In zoverre krijg ik de indruk dat de recensent liever zelf de tentoonstellingen had willen samenstellen, dan dat hij de lezer meeneemt in de vernieuwende dan wel problematische aspecten ervan. Want daar zou het mijns inziens meer om moeten gaan.

Op 7 februari twitterde NRC Cultuur: ‘De sensitiviteit, charisma en experimenteerdrift van de Late Rembrandt. Waarom @sandrasmal 5 ballen geeft’. Na het lezen van het stuk twitterde ik terug: ‘5 ballen voor Rembrandt of voor het Rijksmuseum?’ Een antwoord bleef uit. De recensie van de Late Rembrandt door Sandra Smallenburg is namelijk een bloemrijke lezing van Rembrandt’s schilderijen, maar is daardoor in feite – oneerbiedig gezegd – een doorgeefluik van het Rijksmuseum. Dat is jammer, want er is veel te zeggen over de thema’s in de tentoonstelling. De keuze om Rembrandt’s werk op te hangen aan psychologische begrippen is interessant, maar zeker niet vanzelfsprekend. Ik zou daar in een recensie graag over willen lezen.

Is er bij de kranten een inflatie van de kritiek gaande, dan is die vooral zichtbaar bij tentoonstellingsrecensies. Besprekingen van klassieke muziek en toneelstukken gaan steevast over de uitvoeringen ervan. Hoe goed het geschreven origineel van Rachmaninov of Beckett ook is, het valt en staat bij de concrete uitvoering. Ze hebben dan ook iets gemeen met tentoonstellingen. Het draait om authentiek werk dat geïnterpreteerd wordt door respectievelijk een dirigent, regisseur en curator. Het krijgt een nieuwe betekenislaag en het wordt in een mal gegoten. Die aspecten moeten de redenen zijn waarvoor je uit je stoel moet komen (of niet).

Het gaat er bij een tentoonstelling dus om wat er verteld wordt. En hoe en met welke middelen. Maakt een ‘bloedmooie vormgeving’ de presentatie beter of verhult het een zwak betoog? Kunnen we de zaalteksten, audiotour of app overslaan en ons direct laven aan de kunstwerken zelf? Natuurlijk, maar dan mis je wel iets. Het is kijken naar Hotel Rwanda zonder geluid en ondertitels. Effect heeft het sowieso, maar of je het begrijpen zult is een tweede. Het zijn essentiële elementen, die de tentoonstelling bepalen. Ze vragen om een beoordeling.

Bij een tentoonstelling ben ik altijd benieuwd naar hoe een geheel ander team hetzelfde onderwerp zou hebben uitgevoerd. Pas bij een vergelijking zie je dat het verhaal vaak niet sluitend is of wringt. Het wordt spannend wanneer het publiek daarmee geconfronteerd wordt. Wanneer de museummensen zeggen: we weten het eigenlijk ook niet. Wat ontbreekt er bijvoorbeeld op de tentoonstelling de Late Rembrandt? Dat is Aristoteles met de buste van Homerus. Hij is er niet bij, waarschijnlijk om technische redenen, maar kan gezien worden als de kwintessens van Rembrandt’s late oeuvre: het persoonlijke en emotionele valt hier volledig samen met het universele en abstracte.

Toen het nieuws over het overlijden van de New Yorkse conservator Walter Liedtke kenbaar werd, bekeek ik op Youtube zijn beschouwing over dit schilderij, zijn favoriet. Hij zegt erover: ‘To me this is one of the monuments of Western culture. We see Aristotle in his late years and he is thinking, will I be remembered like I remember Homer. Material things, honor, fame, so what? Did I say anything important?’ Die vraag gaat ons allen aan, inclusief de recensent.•

Menno Jonker is VNK-bestuurslid van de sectie Zelfstandige Kunsthistorici en schrijft een proefschrift over antieke filosofen in de vroegmoderne kunst.

www.mennojonker.nl

Anoniem, fragment goudleer, ca. 1650 - ca. 1675, Rijkmuseum, Amsterdam.