Logo VNK

menu

Call for papers

CfP: Witte te with? Dekoloniseren in theorie en praktijk

Er is geen thema dat de gemoederen in de kunstwereld de afgelopen jaren meer heeft beziggehouden dan de discussie ten aanzien van omstreden koloniaal erfgoed. Niet alleen fysiek erfgoed in de vorm van beeldende kunst en architectuur moest het ontgelden, ook immaterieel erfgoed is in toenemende mate ter discussie gesteld. Geruchtmakende kwesties waren het debat omtrent de buste van de naamgever van het Mauritshuis en het besluit van het Rijksmuseum om het woord ‘neger’ in alle objectbeschrijvingen te schrappen.  

Stapje voor stapje worden zo de koloniale wortels van de moderne westerse samenleving blootgelegd. Daarbij wordt niet alleen erfgoed, maar ook gedrag, manier van denken en consumptiepatroon onderzocht en verbonden aan de sociaaleconomische ongelijkheid die stoelt op het koloniale verleden. Een pijnlijk gegeven dat we liever niet onder ogen zien.  

Desondanks zijn er de laatste jaren tal van initiatieven ontstaan om de kunstwereld op alle niveaus te ontdoen van de negatieve gevolgen van het kolonialisme. Het uitgangspunt is steevast het ter discussie stellen van de status quo – de vanzelfsprekende westerse normen en esthetiek, die zogenaamd objectief en neutraal zijn. Deze beweging is inmiddels behoorlijk op gang binnen twee van de belangrijkste kennisinstituten van de samenleving: de universiteit en het museum. In toenemende mate probeert men niet alleen te representeren, maar ook actief te luisteren naar stemmen die in de geschiedenis stelselmatig niet gehoord werden.    

Article besteedt in het voorjaarsnummer van 2019 aandacht aan het dekoloniseren van theorie en praktijk in diverse hoeken van de kunstwereld – van musea en kunst(geschiedenis)opleidingen, tot critici, curatoren en kunstenaars. Op verschillende niveaus lijken organisaties en individuen geleidelijk aan meer ruimte te bieden aan andere, niet-hegemonische denkwijzen en te streven naar meerstemmigheid. Binnen de museale wereld speelt die verandering zich af op zowel artistiek-inhoudelijk als organisatorisch vlak. Spraakmakende voorbeelden zijn de voor 2020 geplande tentoonstelling over slavernij in ons Rijksmuseum en de Nederlandse vertegenwoordiging op de Biënnale van Venetië door Remy Jungerman en Iris Kensmil, beide Surinaamse kunstenaars die zich bezighouden met het dekoloniseren van gedachtegoed. Op lokaal niveau hebben de meeste musea en culturele instellingen inmiddels de doelstelling geïncorporeerd om zowel artistiek programma als organisatie te diversifiëren. Niet alleen daden, maar ook woorden worden daarbij onder de loep genomen – zo verandert hedendaagse kunstinstelling Witte de With binnenkort zijn naam en bracht het Tropenmuseum recentelijk een taalwijzer uit.

Wat is de beste manier om om te gaan met besmet erfgoed? Wat te doen met kunstwerken die het koloniale verleden niet alleen verbeelden maar zelfs verheerlijken, en bijvoorbeeld slaven als trofeeën afbeelden? Hoe om te gaan met gebouwen waarin dergelijke activiteiten daadwerkelijk hebben plaatsgevonden, of musea die koloniale verzamelingen bezitten? En hoe is er de afgelopen eeuwen tegen deze kwesties aangekeken?  
 
De redactie van Article is voor het aankomende nummer op zoek naar bijdragen die kritisch reflecteren op bovengeschetst thema. Daarnaast bevat elk nummer ook een niet-thematisch deel; de redactie is dus tevens op zoek naar artikelen die een andere interessante casus tot onderwerp hebben. Voorstellen voor artikelen zijn rond de 300 woorden en kunnen tot 4 november worden gestuurd naar article@stichting-art.nl. Artikelen zijn tussen de 1500 en 3000 woorden. Hierbij is het ook mogelijk om voorstellen voor artikelen met een afwijkende vorm, zoals een beeldessay, in te dienen. De deadline voor artikelen is 14 december. 

Anoniem, kussenovertrek met de personificatie van het gezicht, ca. 1650, Rijksmuseum Amsterdam.