verspronck

Prijzen: Jan van Gelder Prijs 2008

 

De jury van de Jan van Gelder Prijs heeft besloten om dit jaar geen prijs uit te reiken, omdat zij van mening was dat geen van de in aanmerking gekomen publicaties over het niveau beschikte dat men van een prijswinnaar mag verwachten.

Hieronder de toespraak die juryvoorzitter Mayken Jonkman hield op 7 november

Overdenkingen naar aanleiding van het niet uitreiken van de Jan van Gelderprijs

Toen wij als jury vorig jaar de winnaar van de Jan van Gelderprijs aanwezen, konden we uiteindelijk kiezen uit vier proefschriften en twee omvangrijke tentoonstellingscatalogi, wel was onze longlist tegelijkertijd onze shortlist. U begrijpt dat het niet makkelijk was. Verlekkerd lazen we de uitstekende teksten en het was een genot om deel uit te maken van de jury. We hebben een aantal keren langdurig vergaderd voordat we eruit waren. Spijtig was het dit jaar dan ook dat het niveau zoveel lager was. Er was niet één proefschrift bij van een Nederlandse kunsthistoricus van onder de 35. Slechts een handvol artikelen, die vaak onderdeel uitmaakte van een publicatie waarbij een oudere kunsthistoricus de belangwekkendere informatie leverde. Twee boeken, waarvan een gepubliceerde scriptie, de ander de weerslag van een degelijk en interessant onderzoek, maar als we dat vergeleken met de zes genomineerden van vorig jaar, dan laat deze publicatie het nodige te wensen over.
In vergelijking met hetgeen we vorig jaar onderhanden hadden was dit, zoals u zult begrijpen, een teleurstelling. Als jury besloten we de prijs niet uit te reiken. Tegelijkertijd kwam de vraag bij ons op – overigens stelden we die onszelf vorig jaar ook al – of de leeftijdsgrens niet te laag was en we die moeten verhogen tot 40. Maar is er dan nog sprake van een ‘jonge’ kunsthistoricus? Hoe komt het dat er zo weinig gepubliceerd wordt door jonge Nederlandse kunsthistorici? Heeft de carriere van de kunsthistoricus gewoon een lange opstartperiode? Is het een tendens of een toevalstreffer? Duurt het gewoon zo lang voordat men de kans krijgt mee te werken aan grotere publicaties? Wil men wel maar krijgt de jonge kunsthistoricus eenvoudigweg de kans niet?
Zoals u waarschijnlijk weet, werd de Jan van Gelderprijs ingesteld om een jonge getalenteerde Nederlandse kunsthistoricus – oorspronkelijk lag de leeftijdsgrens bij 30 – voor zijn/haar kunsthistorisch vernieuwend schrijven te honoreren. De prijs is in het verleden diverse keren niet uitgereikt eveneens omdat er gebrek aan kwaliteit was. Naar aanleiding daarvan is de leeftijdsgrens opgekrikt naar 35.
Hoewel onze vragen nader onderzoek behoeven en niet gemakkelijk te beantwoorden zijn, merken we wel dat jonge kunsthistorici wel degelijk publiceren, maar dat het niveau vaak blijft steken bij entrees. Slechts weinigen schrijven een omvangrijke publicatie of starten na het afstuderen meteen met promotie onderzoek. Bij navraag bleek de Onderzoeksschool Kunstgeschiedenis (OSK) de afgelopen jaren slechts een handvol aanmeldingen te hebben gekregen en dan weten we nog niet eens de leeftijd van deze leden. Gelukkig wist de OSK ons te vertellen dat er dit jaar 10 nieuwe inschrijvingen waren.
Wanneer we kijken naar de onderzoeken die nu lopen dan is de eerste conclusie dat we hier te maken hebben met een toevalstreffer. Volgend jaar belooft een aantal interessante publicaties van jonge kunsthistorici waar we reikhalzend naar uitkijken. Desalniettemin, wanneer er gekeken wordt naar wat er zoal verschijnt in een jaar is het aantal dat verschijnt van de hand van de doelgroep miniem en dat vinden we als jury van de Jan van Gelderprijs verontrustend. Daarom plaatsen we hier de oproep om vooral de jonge kunsthistoricus – betaald! – de ruimte te geven om te publiceren. Er zijn veel talentvolle nieuwkomers met nieuwe inzichten en visies die een kans verdienen. De jury zal u dankbaar zijn. Hebben we tenminste iets om onze tanden in te zetten.

Mayken Jonkman

terug