verspronck

Prijzen: Juryrapport Karel van Manderprijs 2007

 

Hieronder vindt u het juryrapport van de Karel van Mander Prijs 2007, uitgesproken door jurylid Wendelien van Welie-Vink, tijdens de Kunsthistorische Dag van de VNK op 7 november 2008.

De jury van de Karel van Manderprijs 2007 zag zich geplaatst voor een aangename taak. Dankzij - en op initiatief van - de Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici was kort tevoren een bibliografie van ruim 750 titels gepubliceerd betreffende Middeleeuwse kunst en kunstnijverheid, en geschreven door Nederlandse kunsthistorici tussen 2002 en 2007. Onder zoveel titels moesten wel meesterwerken schuilgaan. Een van de juryleden, Claudine Chavannes, had bovendien de inleiding op de bibliografie geschreven en beschikte dus al over een overzicht van het materiaal. De jury bestond verder uit de leden: Henk van Veen, voorzitter Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici, Esther Dieltjes, secretaris Karel van Manderprijs, een gremium van de verschillende universiteiten op het gebied van Middeleeuwse kunst, namelijk de hoogleraren Christian Klamt en Jos Koldeweij, en Wendelien van Welie-Vink.

Allereerst destilleerde Esther Dieltjes uit de 750 titels een longlist: alle korte artikelen vielen af, alsook de publicaties waar juryleden aan hadden meegewerkt. Tentoonstellingscatalogi en redactionele bijdragen kwamen niet in aanmerking, en alleen bij uitzondering werden publicaties opgenomen van meerdere auteurs. Zo bleven ruim 50 titels over.
Tijdens een vrolijke maar tegelijkertijd bijzonder serieuze bijeenkomst hebben de juryleden de publicaties van de longlist in handen gehad, een grote tafel vol. De vergadering duurde daardoor lang, maar was zeer verhelderend, en bracht uiteindelijk de jury tot een unanieme voordracht.
Het was rijp en groen, klein en groot bij elkaar. Vóór alles werd de grote diversiteit van onderwerpen als een pluspunt gezien. Het grote aantal dissertaties was opvallend; niet alle waren alleen maar kunsthistorisch, juist vele promovendi hadden met succes een breder terrein weten te bestrijken. Aanvankelijk hadden we het liefst 10 of 15 publicaties uitverkoren. Wat had Truus van Bueren veel werk verzet met haar memorieboeken, wat had Herman Colenbrander zijn nek uitgestoken met zijn dissertatie over de Gebroeders Limburg, hoeveel kennis sprak er wel niet uit Peter van Daels Verbeelding van het Woord, en uit het onderzoek van Elisabeth den Hartog met haar Romaans Maastricht. Margriet Hoogvliets dissertatie over Mappae mundi oogstte lof, net als de proefschriften van Anne Sophie Lehmann en Anneke de Vries. En wat jammer dat de catalogus Geloof en Geluk van jurylid Koldeweij niet mee mocht dingen.
Uiteindelijk was het samenstellen van een shortlist minder moeilijk dan gedacht. Kwaliteit en ongebaande paden gingen samen in een aantal publicaties. In alfabetische volgorde waren dat de boeken van:
Justin Kroesen en Regnerus Steensma
Machteld Israels
Victor Schmidt
Marieke van Vlierden

Enige uitleg is hierbij nodig, omdat de jury duidelijk wil maken waarom zij tot deze shortlist kwam. Justin Kroesen en Regnerus Steensma hebben in grote eensgezindheid samengewerkt op een geheel nieuw terrein, en hun onderwerp was zo wijds, en hun fysieke inspanningen waren zo hoog, dat de een niet zonder de ander had kunnen werken. Hun The Interior of the Medieval Village Church kwam uit bij Peeters in Leuven in 2004. Machtelt Israels dwingt respect af voor de intellectuele speelsheid en bescheidenheid waarmee zij zulk een gewaagd onderwerp, een monografie over één altaarstuk van de Italiaanse kunstenaar Sassetta en zijn opdrachtgevers, tegemoet heeft getreden. Haar proefschrift, getiteld Sassetta’s Madonna della Neve. An Image of Patronage, verdedigde zij in 2003 in Amsterdam. Victor Schmidt lijkt inmiddels alles te weten over de intieme devotiepanelen waarmee de 14de-eeuwse gelovige zich wilde omringen. Marieke van Vlierden, tenslotte, werkte weliswaar samen met Henri Defoer en Hortense Höppener-Bouvy aan de catalogus Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent ca 1200-1600, maar haar aandeel was overtuigend, haar aanpak gedegen, haar kennis opvallend.
Wat te doen. De vier boeken weerspiegelen stuk voor stuk op hoog niveau de jaren onderzoek en het plezier, die schijnbaar moeiteloos besteed zijn. De geëtaleerde vakkennis stemde de jury tot grote vreugde. Uiteindelijk kwam men schoorvoetend tot de conclusie, dat sommige werken toch meer lof verdienden dan andere. Marieke van Vlierden en Machtelt Israels krijgen een gedeelde derde en vierde plaats, al was het met bloedend hart. Victor Schmidt verdient van de jury een tweede plaats. Met name zijn hoofdstukken ‘Prayer, Painting and Setting’ en ‘Small versus Large: The Subject matter of Small Scale Panel painting and Their Relationship tot Monumental Painting’ geven aan hoe geverseerd en geleerd hij zijn visie op devotiepanelen in pre-Renaissance Italië heeft verwoord.
De eerste plaats, en hier was iedereen het over eens, gaat naar het boek van Justin Kroesen en Regnerus Steensma, de ‘kerkentandem’ die van 1998 tot 2004 elke zomer erop uittrok en de interieurs van een kleine 1000 dorpskerken onderzocht en fotografeerde. ‘De handige jongens’ werden ze in de plaatselijke pers genoemd, hun gedegen en bevlogen arbeid geroemd. Zelf leefden ze op krentenbollen van de Aldi want die bleven 2 weken goed. Maar het zou onterecht zijn de padvindersrol te benadrukken. Het is één groots opgezet bronnenonderzoek geworden met in de hoofdrollen de vrijwel onbekende - of alleen plaatselijk bekende - middeleeuwse dorpskerkjes van Zweden tot Toscane. Als liturgiehistorici wisten ze, veel meer dan kunsthistorici, eenmaal thuisgekomen, met het verzamelde materiaal de functie en betekenis te achterhalen, ontwikkeling van thema’s en lokaal gebruik te vinden, mode en religie te scheiden, geloof en afgoderij te onderkennen, verder archiefonderzoek te doen en verbanden te leggen. Het boek kent zo verschillende niveaus: hier is voor het eerst een beschrijving van een schitterende verzameling Europese kunstschatten, die in Nederland slechts spaarzaam voor handen is, en tegelijkertijd is er een grote hoeveelheid wetenschappelijke kennis bijeengebracht over één specifiek gebied: het cultureel erfgoed van de gewone middeleeuwse dorpsbewoner, die trots was op zijn geloof, en veel voor zijn kerkgebouw overhad.
De jury is van mening dat de komende generatie wetenschappers veelvuldig dit boek met zijn vernieuwend onderzoeksprofiel als beginpunt voor eigen onderzoek ter hand zal nemen, en de methodische aanpak ervan op waarde zal schatten.

terug