rembrandt

Overig

 
Genomineerden Museumprijs 2010 bekend Ingezonden persbericht

Amsterdam, 2 september 2010

Museum Boijmans Van Beuningen (Rotterdam), Museum de Fundatie (Zwolle/Heino) en het Stedelijk Museum Schiedam (Schiedam) maken dit jaar kans op de Museumprijs 2010 en een bedrag van E100.000. De BankGiro Loterij Museumprijs is een initiatief van het Prins Bernhard Cultuurfonds en de BankGiro Loterij in samenwerking met de Nederlandse Museumvereniging.

Elk jaar kiest een vakjury een nieuwe categorie waar musea bij inschrijving aan moeten voldoen. Dit jaar is gekozen voor de categorie musea in de beeldende kunst met als aandachtsgebied het op een publieksvriendelijke en innovatieve manier presenteren van de collectie. Musea binnen die categorie konden zich aanmelden en uit die aanmeldingen selecteerde een vakjury genoemde drie musea. Het publiek kan van maandag 13 september tot en met zondag 14 november via www.museumprijs.nl of per SMS stemmen op de genomineerde musea.

Over Museum Boijmans van Beuningen oordeelde de jury onder andere dat het museum een uitgekiende variatie van presentaties naast elkaar laat zien.

Het in Museum de Fundatie tentoongestelde werk laat zich volgens de jury dankzij de heldere opstelling en het enthousiaste personeel goed begrijpen en beleven zonder uitvoerige teksten en andere vormen van overdracht.

Het Stedelijk Museum Schiedam geeft in de ogen van de jury blijk van serieuze aandacht voor publieksbegeleiding, bijvoorbeeld door het gebruik van heldere brochures en door intensief doelgroepenbeleid en actieve samenwerking met partnerorganisaties in de stad.

De Museumprijs geldt als een prestigieuze publieksprijs in de Nederlandse museumwereld. De prijs bestaat sinds 1990 en is daarmee de eerste Museumprijs in Nederland. Inmiddels rekent de Museumprijs zich met meer dan 52.000 stemmers in 2009 tot een van de grootste culturele publieksprijzen. Recente winnaars van de Museumprijs zijn Kasteel De Menkemaborg in Uithuizen (2007), het Hunebedcentrum in Borger (2008) en het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem (2009).

Meer info: http://www.museumprijs.nl/

Stedelijk Museum Schiedam, Schiedam

Het Stedelijk Museum Schiedam is het huis voor de Nederlandse kunst van na 1945. Regelmatig toont het museum de Nederlandse kunst in een internationale context. Het is het eerste museum dat in de jaren vijftig CoBrA aankocht, waarvan het inmiddels een omvangrijke collectie heeft uit de periode 1948 – 1960.

Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

Museum Boijmans Van Beuningen biedt aan de hand van topstukken een overzicht van zeven eeuwen beeldende kunst. De collectie Kunstnijverheid en Vormgeving bevat bovendien kostbare sieraden, porselein en gebruiksvoorwerpen uit voorbije eeuwen, maar ook sprekende voorbeelden van 21ste eeuws Dutch Design.

Museum de Fundatie, Zwolle/Heino

Museum de Fundatie was begin 2010 wereldnieuws met de ontdekking van het schilderij De molen 'Le blute-fin' van Vincent van Gogh. De collectie kent daarnaast vele grote namen uit vier eeuwen kunst. Oude meesters als Ter Borch, Strozzi en Weenix, sculptuur van ondermeer Canova, Degas, Marini en Zadkine en grootheden als Mondriaan, Turner, Picabia, Israels, Appel, Chagall, Marc en vele anderen.

RKD genomineerd voor de AICA Oorkonde

Van de website www.rkd.nl

Het RKD is, samen met de AVRO en het Van Abbemuseum, genomineerd voor de AICA Oorkonde 2010. De uitslag wordt in het najaar bekend gemaakt. De AICA Oorkonde wordt jaarlijks uitgereikt, beurtelings voor een tentoonstelling, een publicatie op het gebied van beeldende kunst of vormgeving en een kunstinstelling.

De jury bestond uit Martijn van Nieuwenhuyzen, Gerrit Jan de Rook en voorzitter Marga van Mechelen. Het RKD wordt genomineerd omdat ‘het RKD onmisbaar is voor diepgravend kunsthistorisch onderzoek maar daarin nog niet de prominente rol speelt die het toekomt’. De jury prijst het instituut, maar wil met de nominatie tegelijk bevorderen dat het RKD zijn rol als kunsthistorisch kenniscentrum verder kan profileren.

Het RKD ziet de nominatie als een ondersteuning voor het huidige beleid, waarin het instituut meer naar buiten treedt, onder meer door het organiseren van symposia en andere publieksgerichte activiteiten en door het versterken van de contacten in de kunsthistorische wereld en met de opleidingen. Behalve als kenniscentrum voor Nederlandse zeventiende-eeuwse kunst profileert het RKD zich uitdrukkelijk ook als onderzoeksinstituut voor moderne en hedendaagse kunst. In dat kader zijn de laatste jaren vele belangrijke archieven van kunstenaars, galeries en kunsthistorici verworven. De nominatie is een stimulans om met energie op de huidige weg voort te gaan!

AICA NL maakt deel uit van de internationale vereniging (Association Internationale des Critiques d’Art), waarvan het hoofdkantoor zetelt in Parijs. De AICA stelt zich ten doel het bevorderen van de kunstkritiek als discipline, het beschermen van de ethische en professionele belangen van haar leden en het verdedigen van hun rechten en het stimuleren van internationale uitwisseling.

Zie verder de website van AICA NL.

Oproep m.b.t. Thomas Cool 1851-1904 18 augustus 2010
Thomas Cool / Thomas Colignatus

Er zijn twee dingen: (1) In Leeuwarden is tot 26 september 2010 een tentoonstelling van resterende schilderijen van Thomas Cool, Sneek 1851 – Bussum 1904, zie CODART. Als achterkleinzoon met dezelfde naam duid ik hem aan als TC1851. Couperus had in hem een der bronnen van inspiratie voor de kunstenaar Duco van der Staal in Langs lijnen van geleidelijkheid. Dochter Tine won in 1927 met Wij met ons vijven in Rome een prijs voor beste meisjesboek. In Bussum maakte Johan Cohen Gosschalk een portret van hem. TC1851 bezocht daar ook het atelier van Jan Veth. De werken werden geprezen door klaarblijkelijk zeer geachte kunstenaars prof. Curt Stoeving 1863-1939 en Emil Fuchs 1866-1929. Er is nog geen tekst gevonden wat Cohen en Veth ervan vonden tenzij anonieme recensies bijv. in NRC of Elseviers aan hen toegeschreven kunnen worden. TC1851 maakte hele grote doeken waarvan dus maar één resteert: het grote Colosseum bij Maanlicht – blijkbaar een geliefd thema vanaf 1800. Beeldhouwer en vriend Wilhelm Kumm 1861-1938+? noemde hem een “über-Rembrandt” – is dat werkelijk behulpzaam of juist dodelijk ? Wat is de Duitse taal soms toch typisch; vriend Curt Stoeving maakte het dodenmasker van Friedrich Nietzsche, de creator van de “über-Mensch” – en in die zin hangt nu in Leeuwarden de Nachtwacht van het Impressionisme te zien, tenzij de impressionisten zich beter hebben geweerd. Doordat de werken gezamenlijk hangen hebben zij een extra impact op de toeschouwer, hierna worden zij weer terugverspreid over de diverse familieleden. De tentoonstelling was eerst niet aangemeld bij CODART omdat het organiserend Pier Pander Museum onder het Historisch Centrum Leeuwarden en niet het Fries Museum valt. Ik heb nu voldoende achterliggende details aan CODART verstrekt zodat het nu wel is opgenomen. Ook de RKD heeft nauwelijks iets, ook die stroom gaat op gang komen. Dus deze kennisgeving dient deels voor mogelijk belangstellenden om zich die kans niet te laten ontglippen. (2) Ten tweede ben ikzelf econometrist, dus niet ter zake kundig, maar wel wetenschapper en het lijkt me wenselijk dat er een kunsthistorisch wetenschappelijk verantwoorde publicatie komt. Bij de tentoonstelling is een nuttig boek van Willem Winters, evenwel publicist en geen kunsthistoricus. Ik vrees het psychologisch proces “er was een tentoonstelling, er is een boekje: poppetje gezien kastje dicht”. Dat zou jammer en onverstandig zijn. Ik ben op zoek naar een kunsthistoricus/a die als redacteur zo’n publicatie wil verzorgen. In afgelopen vakantieperiode waren velen met vakantie en nu deze periode is afgelopen heb ik zelf weer weinig tijd. In afgelopen vakantie heb ik wel materiaal boven water gehaald en een artikel tot cultuurhistorische introductie kunnen schrijven. Als 17-jarige ging hij naar Nicaise de Keyser in Antwerpen maar moest daarna ook in het bedrijf van zijn vader werken, en werkte als kunstenaar vooral in Villa Strohl-Fern te Rome 1862-1896 en daarna in Bussum. Misschien dat nog zes werken de tand des tijds overleefd hebben: twee fraaie aquarellen die in het Drents Museum en helaas niet op de tentoonstelling zijn, twee kleinere werken Nemi en Albano, een heel klein Pantheon, en het Colosseum dat normaliter bij me thuis hangt maar dat bij het transport alweer schade heeft ondervonden. Daarnaast zijn er werken die zijn aangetast door bitumen. Waarom in vergetelheid geraakt ? Grote werken verkochten moeilijk, TC1851 had tentoonstellingen in Duitsland in plaats van impressionistisch Frankrijk, de familie organiseerde een tentoonstelling in het Amsterdams Stedelijk Museum in 1916 aldus tijdens de oorlog en daarna nog in Den Haag in 1930 na de beurskrach – dubieus gekozen plaatsen en momenten. Een familie-archief is via dochter Tine en zoon Gerrit en kleinkinderen rond 2000 overgebracht naar Tresoar waar ik vorige week een inventaris heb gemaakt die hopelijk op het internet verschijnt. Hopelijk willen kunsthistorici zich openstellen tot duiding op hun vakgebied. Liefst niet een enkele scriptie of proefschrift, want dan zijn we tien jaar verder, en het lijkt me een enorme taak. Bijvoorbeeld bezocht hij in Den Haag Maris, maar men moet toch wel kenner ter zale zijn om dit nieuwe detail eruit te vissen. Hij exposeerde bij Oldenzeel – wat is daar te vinden ? Laat een kenner van Veth in diens archief wat gaan speuren. Etcetera. Een redacteur zou zulke aspecten kunnen managen, zulk werk niet zelf doen. Maar de tentoonstelling is in ieder geval tot 26 september, en het zou jammer zijn wanneer potentieel belangstellenden daarvan niet horen. Mijn website is hier te lezen.
2010 Terra Foundation for American Art International Essay Prize
The Terra Foundation for American Art and the Smithsonian American Art Museum are pleased to announce that Sergio Cortesini of the University of Cassino in Italy has been awarded the 2010 Terra Foundation for American Art International Essay Prize. Cortesini was selected for his essay “Unseen Canvases: Italian Painters and Fascist Myths across the American Scene.”

Cortesini is the first winner of the prize, which recognizes excellent scholarship by a scholar in the field of American art history who is based outside the United States. The annual award, supported by the Terra Foundation for American Art, honors essays that advance the understanding of historical American art and demonstrate new findings and original perspectives. Essays written in foreign languages are translated into English for publication. As the winning author, Cortesini receives a $500 award and his essay will be published in the Spring 2011 issue of the museum’s journal American Art.

Cortesini’s essay describes the Italian government’s program to send a series of exhibitions of contemporary art to the United States between 1935 and World War II in an attempt to offset through cultural diplomacy Fascist Italy’s belligerent image in America. In particular, it traces the reception of one exhibition that toured to twelve venues across the country, including the Minnesota State Fair, in 1935-36. The essay was chosen on the recommendation of a four-member international review panel, which evaluated manuscripts submitted for the prize following a call for papers.

For information on submitting papers for the 2011 prize, please see www.americanart.si.edu/research/awards/terra/. The deadline for submissions is January 14, 2011.

The journal American Art is published three times per year by the American Art Museum and the University of Chicago Press (www.americanart.edu/research/journal). The Terra Foundation for American Art seeks to enliven and expand the study of the history of American art by encouraging the participation of scholars worldwide. Information about its initiatives, grant program, and collection is online at www.terraamericanart.org.

 
Lancering website Citaten van kunstenaars In mei 2010 is de website http://www.quotes-famous-artists.org officieel gelanceerd op het net: een Engelstalige website met verzamelingen citaten per kunstenaar, inclusief bronvermeldingen. De bedoeling is dat zowel het aantal kunstenaars als de citaten de komende jaren voortdurend worden aangevuld en uitgebreid. De website is niet commercieel.

De geplaatste en de binnenkort te plaatsen citaten zijn door het kunstenaarsduo ‘Benfo’ in de afgelopen jaren successievelijk verzameld, besproken en geselecteerd. ‘Benfo’ staat voor Ben Vollers en Fons Heijnsbroek. Aanvankelijk dienden de citaten onze individuele kunstontwikkeling en onderlinge discussies; totdat we ontdekten dat ze een breder publiek konden dienen. Zo ontstond het officiële project.

We hebben met name die citaten verzameld van de kunstenaars die in onze ogen van belang zijn geweest in de ontwikkeling van de moderne kunst. Zo willen we scholieren, studenten en geïnteresseerden zicht geven op de ontwikkeling van de moderne kunst, gezien vanuit de ogen van de kunstenaars zelf! Een kunstgeschiedenis van binnenuit. Een zicht in de keuken van de kunst. Het Engels op de website wordt verzorgd en geredigeerd door kunstenares Anne Porcelijn-Threlfall.

De selecties citaten zijn mogelijk van belang voor scholieren en studenten als illustratie- en naslagmateriaal bij het maken van bijvoorbeeld werkstukken binnen het CKV; bovendien vormen ze zinnig lesmateriaal voor docenten binnen het kunstonderwijs. Daarnaast willen we onze eigen collega-kunstenaars in binnen- en buitenland de denkwijzes van onze vroegere collega’s doorgeven; we zien deze als een moderne vorm van traditie. 

De website is bewust Engelstalig gehouden om zo een internationaal publiek te bedienen. Van elke kunstenaar wordt op de website eerst kort een introductie gegeven met zijn of haar belangrijke gegevens. De citaten van de kunstenaar worden daarna zoveel mogelijk met bronvermelding en literatuurverwijzingen geplaatst, op een wijze die recht doet aan de kunstenaar en de gemaakte kunst. 

Mocht u citaten willen bijdragen (met bronvermelding!) of korte inleidingen op de kunstenaars willen aanbieden, dan zijn uw Engelstalige bijdrages daarin van harte welkom. Natuurlijk wordt uw naam – indien gewenst – op de website vermeld.

Ben Vollers
Fons Heijnsbroek 

2012 Jaar van de Historische Buitenplaatsen
2012 wordt in Nederland het jaar van de historische buitenplaats. Doel is om een breed publiek op een bijzondere wijze kennis te laten maken met dit unieke Nederlands cultureel erfgoed en het behoud ervan breed onder de aandacht te brengen. Ruim 400 jaar geleden zetten gefortuneerde stedelingen de trend door de aanleg van bijzondere landhuizen op mooie plekken in het landelijk gebied rond de grote steden. Hierbij was het harmonieus samensmelten van architectuur en natuur een essentieel gegeven. In het voorjaar trokken zij samen met hun bedienend personeel en belangrijke delen van hun huishouden, naar de buitenplaats om de vaak benauwende en stinkende stad te ontvluchten. Daar genoot men op relatief korte afstand van het stad van het buitenleven, kunst, cultuur en natuur tot het te koud werd en men in het najaar weer terugkeerde naar de stadswoning.

Tussen 1600 en 1900 telde ons land vermoedelijk 6.000 buitenplaatsen. Van dit aantal resteren ons nog 500 voorbeelden, die over het hele land zijn verspreid. Ook nu nog bewonen particulieren een groot deel van deze buitenplaatsen. Daarnaast zijn veel complexen in handen van terrein- en monumentenbeherende organisaties zoals Natuurmonumenten, Staatbosbeheer en de provinciale Landschappen, maar ook zijn overheden, bedrijven, kloosters en zorginstellingen geregeld op buitenplaatsen te vinden.

In alle Nederlandse provincies worden in 2012 bijzondere activiteiten georganiseerd op landgoederen, buitenplaatsen, kasteelmusea om het publiek kennis te laten maken met de bijzondere en rijke geschiedenis van het zomerse leven van de welgestelde stedeling op het platteland. Een aantal buitenplaatsen en landgoederen die nu al publiek toegankelijk is, zullen speciale activiteiten ontwikkelen om hun uitzonderlijke geschiedenis te vertellen. Andere, niet publiektoegankelijke buitenplaatsen, openen in 2012 hun hekken exclusief.

Het initiatief voor dit themajaar is genomen door de Stichting Themajaar Historische Buitenplaatsen 2012. De voorbereidingen hiertoe zijn al in december 2009 gestart. Naast het bestuur is er een Comité van Aanbeveling, dat bestaat uit alle Commissarissen van de Koningin. Zover bekend is, vormde de voltallige kring van Commissarissen nooit eerder een gezamenlijk comité van aanbeveling. Deze unieke omstandigheid benadrukt tevens het grote belang dat men hecht aan dit initiatief. Voorzitter van het stichtingsbestuur is René Dessing. Andere bestuursleden zijn Paul Schnabel, Marleen Barth, Søren Ludvig Movig, Jeanine Perryck en Herma de Heer. Als programmadirecteur is Mirjam Blott aangetrokken. Zij was in 2008 verantwoordelijk voor de organisatie van het geslaagde themajaar Religieus Erfgoed.

Een groot aantal buitenplaatsen, organisaties en personen ondersteunen dit themajaar of zullen hieraan actief deelnemen. Te noemen zijn onder meer het ministerie van VROM, het Nationaal Groenfonds, het Nationaal Restauratiefonds, Donatus Verzekeringen, Haags Historisch Mueum, Amsterdams Historisch Museum, Stichting Staten en Stinzen, Historisch Genootschap Beemster (in 2012 bestaat de Beemster 400 jaar). Onder de buitenplaatsen zijn te noemen; Kasteel Groeneveld, Kasteel Heeswijk, Huis te Manpad, Wester-Amstel, Huis ten Berg, Ridderhofstad Hindersteyn, Stichting De Wildenborch en vele andere buitenplaatsen, instellingen en organisaties.

Wie mee doen en aanvullende informatie over doelstelling en activiteiten vindt u op: www.buitenplaatsen2012.nl. Voor extra inlichtingen belt u René Dessing (06 22 801 668)

Oproep aan jong talent: curator De Hallen

Een jonge freelance curator krijgt de kans om in 2011 een tentoonstelling te ontwikkelen voor De Hallen Haarlem. Met dit tweejaarlijkse initiatief wil het museum voor moderne en hedendaagse kunst de talentontwikkeling van jonge tentoonstellingsmakers in Nederland stimuleren. Geïnteresseerden kunnen tot 28 juni 2010 een projectvoorstel voor een tentoonstelling indienen om kans te maken op een werkbeurs. Uit de inzendingen wordt één kandidaat geselecteerd die met de beurs een tentoonstelling en publicatie in De Hallen Haarlem mag realiseren.

De collectie hedendaagse en moderne kunst van De Hallen Haarlem, die meer dan 10.000 werken omvat, is het uitgangspunt voor het tentoonstellingsproject. De laatste jaren heeft het museum vooral fotografie en audiovisueel werk verzameld van Nederlandse en buitenlandse kunstenaars. Daarbij is de aandacht vooral uitgegaan naar kunst op het snijvlak van documentaire en fictie.

De kandidaat voor de werkbeurs zal op basis van zijn projectvoorstel worden geselecteerd door Karel Schampers (directeur Frans Hals Museum | De Hallen Haarlem), Xander Karskens (conservator De Hallen Haarlem), Krist Gruijthuijsen (freelance curator, co-oprichter Kunstverein, Amsterdam) en Huib Latenstein (voorzitter van de Dr. M.J. van Toorn & L. Scholten Stichting, die de curatorenbeurs financieel mogelijk maakt).
De recipiënt ontvangt een maandelijkse toelage en zal een tentoonstellings- en publicatiebudget ter beschikking krijgen. De beurs is bedoeld voor curatoren tot 35 jaar, die minimaal 2 jaar woonachtig zijn in Nederland en een HBO- of universitaire opleiding hebben afgerond. Enige ervaring met de tentoonstellingspraktijk is wenselijk en de voertaal is Nederlands.

De curatorenwerkbeurs voor jong talent werd in 2009 voor het eerst uitgereikt aan Suzanne Wallinga. Zij realiseerde het project Lunar Distance, een internationale groepstentoonstelling over de relatie tussen kunst en wetenschap, met name de manier waarop kunstenaars schijnbaar objectieve methoden hanteren om subjectieve verlangens uit te werken. Zie ook www.lunardistance.nl.

Geïnteresseerden kunnen tot maandag 28 juni 2010 een projectvoorstel van maximaal 300 woorden en curriculum vitae insturen naar office@dehallen.nl o.v.v. Curatorenwerkbeurs.

Meer info: http://www.dehallenhaarlem.nl/pagina/curatorenwerkbeurs

Uitreiking Frits Duparc Prijs


Op 18 mei 2010 is de eerste Frits Duparc Prijs uitgereikt. Deze stimuleringsprijs voor jonge kunsthistorici werd in het leven geroepen door de medewerkers van het Mauritshuis, als cadeau voor Frits Duparc bij zijn afscheid als directeur van het museum in 2008. Eens in de twee jaar wordt de prijs voor de beste kunsthistorische masterscriptie op het gebied van de beeldende kunst in de Nederlanden tussen 1400 en 1800 uitgereikt aan een student van een Nederlandse universiteit.  De organisatie is in handen van het Mauritshuis, in samenwerking met het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) en de Onderzoekschool Kunstgeschiedenis (OSK). Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van € 5.000,-,  waarvan het Mauritshuis en de Onderzoekschool ieder de helft beschikbaar stellen. Het is de bedoeling dat dit bedrag door de winnaar wordt gebruikt voor het omwerken van de scriptie tot een wetenschappelijk artikel.

Tijdens een feestelijke bijeenkomst in het Mauritshuis werd de prijs door Frits Duparc uitgereikt aan Sarah van Ooteghem, student van de Universiteit Utrecht. Haar scriptie The origin and function of 16th century Netherlandish artists’ Roman vedute made ‘from nature’  is volgens het rapport van de jury, dat werd voorgelezen door voorzitter Rudi Ekkart, een fraai voorbeeld van het hoge niveau dat nu en dan in masterscripties kan worden bereikt. Na een gedegen inleiding over kunsttheorie en praktijk betreffende het tekenen naar de natuur in de 16de eeuw, geeft Sarah van Ooteghem aan de hand van vijf case-studies antwoorden op de door haar gestelde vraag: in hoeverre Nederlandse kunstenaars in Rome in de 16de eeuw rechtstreeks naar de natuur werkten en hoe zij hun tekeningen vervolgens in hun verdere werk gebruikten. Volgens de jury getuigt de scriptie van ‘een behoorlijk zelfstandig onderzoek van het hoogste niveau’.

Bij de prijsuitreiking waren er ook eervolle vermeldingen voor Ilona van Tuinen (Universiteit van Amsterdam) en Lydia Pieters (Radboud Universiteit, Nijmegen). Ilona van Tuinen schreef een voortreffelijke scriptie over een serie van twaalf panelen van Maarten van Heemskerck met afbeeldingen van ‘Sterke Mannen’. De scriptie van Lydia Pieters over de 18de-eeuwse kunstenaar en kunstmakelaar Hendrik de Winter maakt op uitstekende wijze duidelijk hoeveel er nog te ontdekken en onderzoeken valt op het gebied van minder bekende kunstenaars.

Summerschool KNIR Rome

 

Deze zomer organiseert de Faculteit Letteren van de Rijksuniversiteit van Groningen in samenwerking met het Koninklijk Instituut te Rome een Summerschool getiteld "Alternations of Models and Anti-Models: 16th Century Art, Literature and Culture in Early-Modern Italy". Deze Summerschool vindt plaats in het KNIR in Rome van 27/06/2010 tot 05/07/2010.
Deze summerschool staat open voor BA-honours studenten, MA-studenten en PhD.studenten/onderzoekers. Een ieder die de cursus - bestaande uit lezingen, excursies, groepspresentatie en het schrijven van een essay - succesvol beeindigt, zal een certificaat en 5 ECTS ontvangen.

Voor meer informatie en online aanmelden, surf naar: www.rug.nl/let/summerschool

Kunstlicht online!

 

Op zoek naar informatie voor een onderzoek? Of gewoon benieuwd naar eerdere nummers van Kunstlicht? Alle Kunstlichtnummers ouder dan twee jaar zijn nu volledig online beschikbaar. Met dit digitale archief wil Kunstlicht de reikwijdte van het tijdschrift vergroten en bijdragen aan de toegangelijkheid van wetenschappelijke kennis op het gebied van kunst en cultuur. Het digitale archief is mogelijk gemaakt door de Universiteitsbibliotheek van de Vrije Universiteit.

Klik hier om het archief te raadplegen.

De VVNK Scriptieprijs 2009

 

Zaterdag 16 januari is voor de eerste keer de scriptieprijs van de Vereniging Vrienden Nieuwe Kunst 1900 (VVNK 1900) uitgereikt in de Statenzaal van het Drents Museum in Assen. Het was zeker niet gemakkelijk voor de jury om een winnaar aan te wijzen uit de zeven ingezonden scripties. De jury bestond uit de voorzitter Jan Jaap Heij (voormalig conservator Drents Museum), Mienke Simon Thomas (conservator museum Boijmans) en Constant Cuypers (oud-staflid Radbouduniversiteit); waarbij prof. Asselbergs (oud-directeur van de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg) over architectuur adviseerde. Na rijp beraad werd gemeend de prijs toe te moeten kennen aan de scriptie van Annemiek Rens over Gust. van de Wall Perné, veelzijdig kunstenaar van de Veluwe. De winnares heeft haar scriptie tijdens het bezoek van de VVNK-leden aan het Drents Museum gepresenteerd.

De VVNK 1900
De VVNK 1900 vormt een landelijke kleinschalige ontmoetingsplaats voor liefhebbers van kunst, kunstnijverheid en architectuur uit de boeiende periode 1880 - 1940. Het doel van de VVNK 1900 is het verdiepen van de kennis van haar leden, het wekken van belangstelling en het bevorderen van studie en publicatie. De 400 leden zijn leken en professionals, voor een deel afstammelingen van kunstenaars, die specifiek geïnteresseerd zijn in de kunst uit de hierboven genoemde periode. De VVNK heeft vorig jaar een fonds opgericht voor het toekennen van een tweejaarlijkse scriptieprijs van € 500 voor studenten in de Masterfase.

Winnares Annemiek Rens
Annemiek werkt sinds een half jaar bij het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) op de afdeling Archivalia met kunstenaarsarchieven en doet daarnaast onderzoek voor het Vincent van GoghHuis in Zundert. Zij heeft het onderzoek leidend tot de prijswinnende scriptie uitgevoerd aan de Universiteit Utrecht, afdeling Kunstgeschiedenis bij de docent Saskia de Bodt in opdracht van het CODA Museum Apeldoorn. Zij zet het onderzoek naar Van de Wall Perné in haar vrije tijd voort.

Kunstenaar Gust. van de Wall Perné
De kunstenaar Gustaaf Frederik (Gust.) van de Wall Perné (1877-1911) werd geboren in Apeldoorn en groeide op als een kind van de Veluwe. Hij verhuisde naar Amsterdam om er de opleiding tot tekenleraar aan de Rijksnormaalschool te volgen en er te werken. Als bestuurslid van St. Lucas en docent van de Toneelschool nam hij deel aan het kunstleven en bewoog hij zich in een groot aantal kunstenaarskringen. Tegelijkertijd keerde hij iedere zomer terug naar zijn atelierwoning op de Veluwe waar hij inspiratie vond.
Van de Wall Perné was actief in de kunstnijverheid waarbij hij niet alleen een groot aantal boekbanden en illustraties ontwierp, maar zich ook mengde in de reformbeweging van vrouwenkleding. Zijn werkzaamheden bij de ateliers van ‘Arts & Crafts’ onder leiding van vrienden Chris en Agathe Wegerif maakten hem eveneens tot ontwerper van houtsnijwerk, meubelen en batiks.
Ook de schilderkunst wist hem te inspireren tot het maken van werk dat veelal tegelijkertijd romantisch en symbolistisch te noemen is en altijd de natuur en de mysteries van de Veluwe tot onderwerp had. Van de Wall Perné verdiepte zich in de oude Germaanse volkscultuur en de invloed daarvan is veelvuldig terug te vinden in zijn kunst. Hij tekende de oude volksverhalen van de Veluwe op in zijn bekende bundels ‘Veluwsche Sagen’.

Tentoonstelling en publicatie: Portrettisten Nu

 

Museum De Fundatie toont dit voorjaar in Kasteel Het Nijenhuis in Heino werk van dertig contemporaine portretschilders tijdens Portrettisten Nu. Vanaf zaterdag 30 januari is werk te zien van Bianca Berends, Marike Bok, Piet van den Boog, Erik Bosma, Annemarie Busschers, Dora Carpentier, Daan van Doorn, Sam Drukker, Jacques Grégoire, Ellen de Groot, Jurriaan v an Hall, Annelies Hoek, Erik de Jong, Mat Kissing, Judith Krebbekx, Dorine Kuiper, Judith Lansink, Urban Larsson, Frank Leenhouts, Marjolein Menke, Ab de Nijs Bik, Eva Ooms, Marisa Polin, Stijn Rietman, Joop Rubens, Roderik van Schaardenburg, Ans Schumacher, Dick Stapel, Janneke Viegers en Robert Vorstman. De tentoonstelling vormt een pleidooi voor de hedendaagse portretkunst en is samengesteld door kunsthistorici drs. Cathinka Huizing en drs. Harriet Stoop-de Meester.
Tevens verschijnt de publicatie Portretten van portrettisten geschreven door de samenstelsters van de tentoonstelling.

Auteur aan het woord

Cathinka Huizing vertelt over de totstandkoming van het boek: 'Het idee was om in navolging van het boek door Hans Redeker uit 1986 een boek te schrijven over de nieuwe generatie hedendaagse portretschilders. Daartoe hebben wij 30 bekende en minder bekende kunstenaars geïnterviewd. Bij de selectie kozen wij voor zowel kwaliteit van het werk en voor diversiteit in stijlen. Niet te veel van het zelfde, we wilden juist laten zien op hoeveel manieren je een (2-dimensionaal) portret kunt maken: klassiek, impressionistisch, expressionistisch, experimenteel etc etc. Grote namen zoals Ans Markus en Marthe Röling hebben we niet opgenomen. Zij zijn al zo gevestigd en hebben al zo’n groot platform voor zichzelf weten te creëren dat wij de beschikbare ruimte graag aan jonge veelbelovende portrettisten gaven.
Wij beschreven in de Portretten de vele facetten van het leven en het werk van de portrettist: de drijfveren, de worstelingen, de leerscholen, de technieken maar ook de ideeën, dat standpunten en de filosofieën. Daarnaast wordt en passent verteld over de schilder als marketeer van zijn eigen werk, portretverzamelingen, -prijsvragen en –opdrachten. Kortom de ‘portretwereld’. Voorafgaand aan deze artikelen schreven wij een zeer summiere en zeker niet volledige inleiding over portretkunst in het algemeen en over zeshonderd jaar Nederlandse portrettraditie. (Een dergelijk overzicht bestaat er niet! Het is dus een eerste poging tot het in kaart brengen hiervan).'

'Het doel van het boek is meerledig. Natuurlijk om potentiële klanten wegwijs te maken en te helpen bij een eventuele keuze. Als je ‘portret’ googled krijg je bijna 6 miljoen hits… Wij hadden al een longlist van 300 Nederlandse portrettisten.
Ten tweede stijgt de waardering voor figuratieve kunst momenteel en vinden wij het hoog tijd dat het hedendaagse portret in de belangstelling komt te staan. In Londen is de National Portrait Gallery met meer dan honderdduizend werken en actuele tentoonstellingen. Het is idioot dat in Nederland met zijn portrettraditie (weliswaar voornamelijk uit de 17de eeuw, maar toch..) een dergelijke instantie niet bestaat..
Ten derde is in het boek ook te lezen over de technische kant van het schilderen van een portret. Dat zou onder andere voor amateurportrettisten interessant kunnen zijn. (Zag later dat Verf door Hans den Hartog Jager een dergelijke insteek hanteert.)
Tenslotte ontdekten wij tijdens ons onderzoek dat er nooit een poging gedaan is om een overzicht van de Nederlandse portrettraditie te maken. Dat bleek een heel ambitieus plan, maar heel summier hebben we toch in de inleiding een onvolledig verhaal geschreven over het portret door de eeuwen heen.'

Meer over de tentoonstelling.

Portretten van Portrettisten door drs. Cathinka Huizing en drs. Harriet Stoop-de Meester wordt uitgegeven door Waanders Uitgevers isbn 978 90 400 76602, 208 pag. 25,5 x 23,6 cm. paperback. Het verschijnt 30 januari bij opening van de Tentoonstelling Portrettisten Nu in het Nijenhuis te Heino (tot 18 april)

RKD neemt eerste geïllustreerde Iconclass Browser in gebruik

 

PERSBERICHT, 10 november 2009

RKD neemt eerste geïllustreerde Iconclass Browser in gebruik: de Iconclass 2100 Browser maakt zoeken efficiënter en gebruikersvriendelijk.

Vanmiddag is door André van de Waal, zoon van Iconclass-grondlegger Henri van de Waal, de Iconclass 2100 Browser gelanceerd. Daarbij is ook de nieuwe Iconclass website opengesteld.

Wat is Iconclass?
Iconclass is een hiërarchisch geordend kunsthistorisch classificatiesysteem waarmee afbeeldingen op onderwerpscode kunnen worden gerangschikt. Museummedewerkers, onderzoekers en documentalisten, werkzaam in het kunsthistorisch veld in binnen- en buitenland gebruiken Iconclass om voorstellingen van kunstwerken te beschrijven of om op onderwerp te zoeken.

Het RKD en Iconclass
Iconclass werd in de jaren vijftig ontwikkeld door de Leidse kunsthistoricus Henri van de Waal (1910-1972). Sinds 2006 is het RKD verantwoordelijk voor het beheer en de verdere ontwikkeling van het systeem. Zo werd de browser aangepast aan de eisen van de tijd: in de nieuwe Iconclass 2100 Browser kan op Google-achtige wijze, met meerdere trefwoorden en notaties, gezocht worden. Ook wordt beeldmateriaal uit de database RKDimages getoond.

Iconclass blijft in beweging
Om de vernieuwingen zichtbaar te maken, heeft ook de Iconclass website een nieuw uiterlijk en nieuwe content gekregen. Het RKD werkt aan de mogelijkheid om Iconclass voor het beschrijven van kunstwerken te integreren in eigen databases.

www.iconclass.nl (website)
www.iconlass.org (database)
www.rkd.nl

Museometrie programma ICN

 

Binnen het programma Museometrie doet het ICN kwantitatief/cijfermatig onderzoek naar de samenstelling, het gebruik en benutting van museumcollecties.
Door dit onderzoek wordt het mogelijk om veranderingen en trends in collectiebeleid te signaleren, onderbouwen en voorspellen.

Het doel van dit onderzoek is om beheerders, bestuurders en toezichthouders van musea bouwstenen aan te reiken voor collectiebeleid en collectiemanagement. Daarmee wil het ICN een bijdrage leveren aan de professionalisering van de museumsector. Binnen het programma Museometrie wordt kwantitatief (cijfermatig) onderzoek gedaan naar de samenstelling, het gebruik en de benutting van museumcollecties. Daarmee wil het ICN een bijdrage leveren aan de professionalisering van de museumsector.
Tot nu toe worden in de museumsector maatregelen, ontwikkelingen en processen op het gebied van collectiebeheer slechts beperkt geanalyseerd door middel van cijfers en kengetallen. Als gevolg hiervan worden beslissingen veelal genomen op basis van gevoel en traditie. Het ICN wil hierin verandering brengen door vragen over collecties en collectiebeheer niet alleen kwalitatief, maar ook kwantitatief te benaderen en zo een belangrijke stap te zetten in de verdere professionalisering van de museumsector.
De afgelopen jaren zijn ad hoc kwantitatieve analyses uitgevoerd in de museumsector. Steeds opnieuw bleek dat het moeilijk was om betrouwbaar cijfermateriaal te genereren. Ook bleek dat het aantal variabelen bij een vergelijking tussen musea onderling een bijna onoverkomelijke drempel was om te komen tot benchmarking (het beoordelen van prestaties aan de hand van ijkpunten). Deze constateringen rechtvaardigen de keuze voor een structureel, meerjarig programma waarbij de kwantitatieve benadering van onderzoeksvragen op het gebied van collectiebeheer centraal staat.

De belangrijke onderzoeksterreinen binnen Museometrie zijn voor 2009 en 2010:

  • Collectiebalans moderne kunst
  • Kunstenaarsindex
  • Verkenning landschap Museometrie
  • Kosten van het behoud

Collectiebalans moderne kunst
Het ontbreekt in Nederland aan een overzicht van moderne Nederlandse kunst in museaal bezit. Welke kunstenaars door welke musea gerepresenteerd worden, is onvoldoende duidelijk. Christopher Wright schreef in 1978 een veelgebruikt handboek over oude kunst in Nederlandse musea. Er blijkt behoefte aan een vergelijkbaar overzicht voor de twintigste eeuwse beeldende kunst. Het ICN onderzoekt welke kunstwerken musea voor moderne kunst in de afgelopen 10 jaar hebben verworven en probeert op basis van de verzamelde gegevens de balans op te maken. Inmiddels zijn 77 musea met een relevante collectie moderne kunst aangeschreven met het verzoek om hun verwervingsgegevens beschikbaar te stellen. De lijst van musea is beschikbaar via de ICN website. Een groot aantal instellingen heeft inmiddels aan het verzoek voldaan om informatie te leveren. De gegevens worden momenteel bewerkt en geschikt gemaakt voor opname in een database. Een en ander gebeurt in afstemming met het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie.
Met het onderzoek wil het ICN een bijdrage leveren aan de toekomst van het collectiebeleid. De collectiebalans moderne kunst preludeert op de wens van de erfgoeddiensten (musea, archieven, archeologie en monumentenzorg) om over vier jaar een integrale erfgoedbalans op te stellen.

Kunstenaarsindex 20e eeuw
Door de vraag te beantwoorden wat de belangrijkste Nederlandse kunstenaars zijn die vanaf 1880 kunstwerken hebben vervaardigd, levert het ICN een bijdrage aan de codificering van de Nederlandse kunstenaars in de 20ste eeuw. Binnen het onderzoek gaat veel aandacht uit naar het ontwikkelen van verifieerbare criteria op basis waarvan een lijst met belangrijke kunstenaars samengesteld kan worden. Het onderzoek zal uiteindelijk uitmonden in een index van Nederlandse kunstenaars uit de 20ste eeuw.

Verkenning landschap Museometrie
Verschillende organisaties verzamelen cijfers over musea en/of de Collectie Nederland. Iedere organisatie neemt daarbij zijn eigen positie in en onderlinge cohesie ontbreekt. Ondanks dit gebrek aan samenhang, kan gesteld worden dat de instellingen gezamenlijk het Museometrie landschap vormen.
Om het Museometrie-onderzoek van het ICN nader positie en richting te geven is het van belang om een goed zicht te krijgen op de cijfers die door verschillende organisaties worden verzameld. Het ICN laat hier onderzoek naar doen. Een overzicht van partijen die cijfers over musea bezitten voorkomt dubbelingen en geeft de mogelijkheid tot samenwerking. Een verkenning van het terrein biedt tevens de mogelijkheid om relaties aan te knopen en een netwerk op te bouwen.

Kosten van het behoud
Medewerkers van het ICN ontvangen regelmatig vragen over de kosten van het behoud van museale collecties, de kosten van een vierkante meter depotruimte en de doelmatigheid van behoudsmaatregelen. Door deze vragen met meer vasthoudendheid en intensiteit te benaderen wil het ICN ook antwoorden formuleren.
Ten aanzien van de toekomst voorziet het ICN ontwikkelingen rond duurzaam behoud van museumcollecties. Getracht zal worden om hier met kwantitatief onderzoek op aan te sluiten.

Inlichtingen
Frank Bergevoet, programmaleider Museometrie, T 020 305 46 09, M 06 546 744 38
E frank.bergevoet@icn.nl

Letterenlezing Rijksuniversiteit Groningen

Op dinsdag 25 augustus opent dr. Hans Goedkoop, presentator van het tv-programma Andere Tijden, het academisch jaar van de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen. Goedkoop doet dat met het uitspreken van de Letterenlezing. De lezing, met de titel ‘Verzamelde misverstanden over ons historisch besef’, is gratis toegankelijk voor belangstellenden.

Van de academische wereld tot de politiek lijkt iedereen het eens te zijn dat er iets moet gebeuren aan ons afkalvend historisch besef. Toch wordt de voor dat doel ontwikkelde nationale canon niet verplicht gesteld in het onderwijs en dreigt het eveneens voor dat doel opgerichte Nationaal Historisch Museum in geruzie ten onder te gaan voor er een steen van is gelegd. Waar ligt dat aan?
Hans Goedkoop ziet de driftige discussies van de afgelopen jaren als een komedie van misverstanden, die typerend is voor ons maatschappelijk debat in de huidige tijd in het algemeen. De elite van politiek en academia kan oproepen wat ze wil, maar of dat nu veel kracht uitoefent op de burger? En wie ontbreekt het nu het meest aan historisch besef, die burger of juist die elite?

Hans Goedkoop (Ermelo, 1963) studeerde Geschiedenis en promoveerde in 1996 cum laude op de biografie van Herman Heijermans, Geluk. Die biografie werd bekroond met de Henriëtte de Beaufort-prijs en de Dordtprijs voor de biografie. Sinds 1995 schrijft Goedkoop voor NRC Handelsblad over Nederlandse literatuur. Zijn beste stukken werden bewerkt en gebundeld in Een verhaal dat het leven moet veranderen (2004). Goedkoop doceerde in 2001 als gastcriticus aan de Rijksuniversiteit Groningen met de lezingenserie Nieuwe ogen; een blik op de Nederlandse literatuur en literatuurkritiek van nu. De laatste jaren is hij bij het grote publiek vooral bekend als presentator van Andere Tijden, het historische televisiemagazine van NPS en VPRO. Daarnaast werkt hij momenteel aan een biografie van Renate Rubinstein.

De Letterenlezing
Al ruim twintig jaar opent de Faculteit der Letteren haar academisch jaar met de Letterenlezing. Daarin geeft een bekende Nederlander zijn of haar mening over het belang van de Letteren (talen, kunst, literatuur, media, (kunst)geschiedenis, archeologie en communicatie) voor de maatschappij. Eerdere sprekers waren o.a. Jan Blokker, Abram de Swaan, Elsbeth Etty, Marcel Möring en Henk van Os.

De Letterenlezing is gratis toegankelijk voor belangstellenden.
Tijd: 25 augustus 2009 om 16.00 uur
Locatie: Aula, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Mooiste naaktschilderij van Nederland

Het schilderij Liggend Naakt van Isaac Israëls (1865-1934) is verkozen tot het mooiste naaktschilderij van Nederland. Het werk kreeg de meeste stemmen tijdens een naaktverkiezing. Deze verkiezing werd georganiseerd door het tijdschrift van het Rijksmuseum OOG "omdat we niet half weten hoeveel mooi Nederlands naakt er door de eeuwen heen is geschilderd."

Op de website www.oogvoornaakt.nl konden mensen afgelopen maand hun stem uitbrengen op een van bijna zeventig naaktschilderijen. De werken zijn gemaakt door uiteenlopende kunstenaars, van Ferdinand Bol en Hendrick Goltzius tot Karel Appel en Marlene Dumas.
Israëls won overtuigend met 1113 stemmen voor zijn afbeelding van Sjaantje van Ingen die bloot op een bed een boek ligt te lezen. Op de tweede plaats eindigde het doek Het Toilet van Theo Molkenboer (1871-1920), waarop een naakte vrouw te zien is die zich voor de spiegel opmaakt. Johannes Moesman (1909-1988) belandde op de derde plek met Het Gerucht, een afbeelding van een naakte vrouw op de fiets met een viool onder de snelbinder.

De eerste man komt op nummer twaalf, een krijgsman met zwaard voor zijn edele delen van Joannes Alberti. Rembrandt komt pas op de vijftiende plaats met zijn schilderij Bathseba in Bad. In totaal is er tienduizend keer gestemd.

New publication on Dutch manuscript painting appears

A new publication on Dutch manuscript painting has appeared: The Masters of the Dark Eyes: late medieval manuscript painting in Holland by Klara Broekhuijsen.

Information from the author, 6 July 2009:
This study deals with the work of the most prolific Dutch book illuminators, the so-called Masters of the Dark Eyes, named after the most conspicuous aspect of their style: the dark, heavily accentuated shadows round the eyes of the County of Holland during the late fifteenth and early sixteenth centuries. Their work is characterized by an overwhelming wealth of decorative and pictorial richness, which is especially evident in the unusually ornate programmes of the Books of Hours, and a new type of border decoration derived from the Ghent-Bruges School. This style of painting was practised by many artists of differing talents, as demonstrated by the large number of surviving manuscripts. Not all of the illuminators worked in Holland. Some of them settled in the Southern Netherlands, others emigrated to England, where they illuminated manuscripts for members of the English court.
This monograph seeks to order, analyze and evaluate the work of the Masters of the Dark Eyes, and to position their achievements within the context of book illumination in the Northern Netherlands during the “Waning of the Middle Ages”. It explores a virtually uncharted territory of Dutch manuscript painting. The accompanying descriptive catalogue provides complementary information on more than 70 manuscripts, many of which have never been published at length before. The work is illustrated with a wide selection of colour and black-and-white reproductions.

The Masters of the Dark Eyes: late medieval manuscript painting in Holland
Klara H. Broekhuijsen
VIII + 472 pp., 19 x 25 cm., 141 illustrations in black and white and 40 in color, hardbound
Turnhout (Brepols) 2009
ISBN-13: 978 2 503 51510 6

Ann Goldstein nieuwe directeur Stedelijk Museum Amsterdam

De Raad van Toezicht van het Stedelijk Museum Amsterdam maakte op 30 juni bekend dat Ann Goldstein (1957, Los Angeles) per januari 2010 aantreedt als algemeen artistiek directeur van het Stedelijk Museum.
Goldstein is op dit moment senior curator bij het Museum of Contemporary Art (MOCA) in Los Angeles, VS. Goldstein volgt Gijs van Tuyl op, die het Stedelijk vanaf 2005 leidde.
De benoeming van Ann Goldstein benadrukt het profiel van het Stedelijk als een experimenteel, hedendaags en maatschappelijk betrokken museum, gewijd aan moderne en hedendaagse kunst en kunstenaars. Voor Goldstein staat een nauwe samenwerking met kunstenaars en met de kunstwereld voorop. Zij ziet het Stedelijk als een vooraanstaand en bepalend instituut, met de kwaliteiten om een leidende positie in te nemen door middel van boeiende tentoonstellingen, gedegen inhoudelijk onderzoek, onderscheidende aankopen, wetenschappelijke publicaties en een dynamisch educatief programma, met als basis een van de meest bijzondere collecties ter wereld.
Lees verder.

Almere 2018 Europese Culturele Hoofdstad?

Op zaterdag 20 juni werd tijdens de lancering van het A team de Almere promotieprijs 2009 uitgereikt aan de initiatiefgroep Almere 2018 Europese Culturele Hoofdstad.

De droom
Op 8 december van het jaar 2017 vindt het openingsfeest plaats van Almere 2018. Dan is Almere een jaar lang multiculturele hoofdstad van Europa. De maanden voorafgaand aan het grote feest zijn nog best spannend geweest. Hebben we genoeg hotelruimte? Is de brug naar IJburg op tijd klaar? Kan Airport Lelystad de drukte aan? Zijn de drijvers onder de Paviljoens in het Weerwater stevig genoeg om alle bezoekers veilig te ontvangen?

Het project Almere2018
Het is in de pers niet onopgemerkt gebleven; een kleine groep initiatiefnemers heeft de ambitie om Almere culturele hoofdstad van Europa te laten worden in 2018. En daar hebben we uw steun bij nodig. Zodat de visie van enkelen de visie van velen wordt.

De ambitie
Nederland mag in het jaar 2018 opnieuw een Europese culturele hoofdstad aanwijzen samen met Malta. Almere2018 is een idee om te bevorderen dat iedereen het in de komende jaren volslagen normaal gaat vinden dat Almere door de Nederlandse overheid wordt genomineerd om Europse Multiculturele hoofdstad te worden in het jaar 2018. De nominatie hiervoor moet in 2013 plaats vinden en het Almeerse gemeentebestuur moet in 2012 een beslissing nemen over deelname.

De boodschap
De boodschap voor de nominatie voor Almere is tweeledig: Almere als zeer bijzondere en vitale “new town” met een regenboog aan jonge culturele initiatieven.

De projectgroep Almere2018 heeft zich voorlopig genesteld onder de vlag van innovatieplatform stichting Breinstorm Zuiderzeeland. De stichting Vrienden van Almere2018 wordt medio 2007 opgericht. Het is de bedoeling om de komende jaren het vuur aan te wakkeren tot een groot vreugdefeest.

Meer info: http://www.almere2018.eu/

De 'Jasper' herdrukt!

Tussen 1912 en 1930 verscheen een reeks van vijf boeken over de kunstnijverheid in Nederlands Indië, geschreven door J.E. Jasper en geïllustreerd door Mas Pirngadi. De reeks verscheen onder de titel De Inlandsche kunstnijverheid in Nederlandsch Indië. Uitgeverij Sidestone Press zal in juni 2009 een herdruk uitbrengen van het vijfde deel: De bewerking van niet edele metalen. Met intervallen van enkele maanden zullen ook de andere delen opnieuw uitgebracht worden. Omdat er met beperkte oplages gewerkt wordt, is reserveren voor Deel V sterk aanbevolen!

Deze reeks kan gezien worden als een onovertroffen naslagwerk over de verschillende onderwerpen. De diverse aspecten van de materiële cultuur zijn grondig gedocumenteerd. De complete reeks bestaat uit:

- deel I: vlechtwerk
- deel II: weefkunst
- deel III: batikkunst
- deel IV: de bewerking van edele metalen
- deel V: de bewerking van onedele metalen en wapens

Deel I wordt voorzien van een uitgebreide inleiding door specialist dr. H. Hinzler. Deze zal ingaan op het leven en werken van de auteurs en de context waarin de reeks De Inlandsche kunstnijverheid in Nederlandsch Indië oorspronkelijk verschenen is. Dit deel verschijnt naar schatting in het najaar van 2010.

Meer informatie en reserveren:
www.sidestone.nl/jasper

De Nacht van Kunst & Wetenschap, Groningen

Het Groninger Museum organiseert samen met de Rijksuniversiteit Groningen De Nacht van Kunst & Wetenschap in de nacht van 13 juni. Dit gratis festival brengt kunst en wetenschap op verrassende wijze samen, maar ook treden er vele bekende muziekartiesten op. Zo staan op de Vismarkt onder andere Junkie XL, Bertolf en Miss Montreal op het podium. Om 20.30 uur opent minister Plasterk het evenement op de Vismarkt. Het complete programma is te zien op www.denacht.nu.

De Nacht van Kunst & Wetenschap sluit de feestelijkheden rondom de 395ste verjaardag van de Rijksuniversiteit Groningen af. Sinds haar oprichting in 1614 is de universiteit nauw verbonden met de stad Groningen. Dit is ook te zien tijdens dit festival, dat in het hart van de stad plaats zal vinden en gratis toegankelijk is voor iedereen: Stadjers, ommelanders, studenten en medewerkers.

De Rijksuniversiteit Groningen werkt aan de grenzen van het weten. Tijdens dit festival wordt de grens tussen wetenschap en kunst verkend. Zo laat Peter Barthel, hoogleraar Sterrenkunde aan de RUG, de positie van sterren omzetten in een pianocompositie door Estse componist Urmas Sisask, legt neuroloog Jan Kuks uit hoe muziek verwerkt wordt in het brein en toont minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ronald Plasterk zijn visie op de raakvlakken van kunst en wetenschap. Daarnaast zijn er nog vele andere dingen te beleven waarin de unieke combinatie van kunst en wetenschap naar voren komt.

Ook het Groninger Museum ziet meerwaarde in het samenbrengen van diverse disciplines op cultureel gebied. Cross-overs zoals die van de kunst en wetenschap en kruisbestuivingen van (culturele) organisaties binnen Groningen maar ook daarbuiten, juicht het museum toe. Nieuwe en krachtige producten kunnen worden ontwikkeld door kennis op gebied van cultuur, educatie, evenementen en organisatie(s) te bundelen. Op deze wijze kunnen vele talenten die zich in Noordelijk Nederland schuilhouden worden gestimuleerd zich zichtbaar te maken aan de oppervlakte en zich te ontwikkelen. Daarnaast opent het museum de deuren om een nieuw en breed publiek te laten kennismaken met zijn architectuur, vormgeving en tentoonstellingen in combinatie met culturele activiteiten.

De Nacht van Kunst & Wetenschap wordt gezien als een opmaat naar een eventueel jaarlijks te ontwikkelen Cultuurnacht met als insteek in de toekomst hier meerdere culturele instellingen bij te betrekken. De unieke samenwerking tussen universiteit en museum laat zien dat zij samen tot veel in staat zijn in Groningen en omgeving.

Informatie

Datum: zaterdag 13 juni
Tijd: 20.30 uur–01.00 uur (Het Groninger Museum is geopend tot 02.00 uur)
Locatie: verschillende locaties in het centrum Groningen
Voor: iedereen
Kosten: geen
Informatie: www.denacht.nu

Uitnodiging voor de officiële lancering van de tentoonstelling Vrouwen, ruiters en kardinalen. De beeldhouwkunst van Marino Marini en Giacomo Manzù

Geachte heer/mevrouw,

Museum Beelden aan Zee en het Istituto Italiano di Cultura per i Paessi Bassi hebben het genoegen u uit te nodigen voor de officiële lancering van de tentoonstelling Vrouwen, ruiters en kardinalen. De beeldhouwkunst van Marino Marini en Giacomo Manzù. Deze zal plaatsvinden op 8 juni a.s. in het Istituto Italiano di Cultura aan de Keizersgracht 564 te Amsterdam in aanwezigheid van de Italiaanse ambassadeur in Nederland, de heer Franco Giordano.

PROGRAMMA:

  • 16.00 welkomstwoord door dhr. Franco Giordano, Ambassadeur van Italië
  • 16.10 lezing door dr. Jan Teeuwisse, directeur museum Beelden aan Zee
  • 16.30 fragmenten uit de films Un ‘ora con Manzù en Marino Marini la felicità della Scultura
  • 16.40 lezing door drs. Feico Hoekstra, gastconservator
  • 17.00 Afsluiting met een drankje

Graag zouden wij voor 4 juni a.s. van u vernemen of u bij deze bijeenkomst aanwezig kunt zijn. Aanmelden kan per email: info@beeldenaanzee.nl o.v.v. Marini/Manzù of telefonisch: 070-3585857

De tentoonstelling Vrouwen, ruiters en kardinalen. De beeldhouwkunst van Marino Marini en Giacomo Manzù, die van 26 juni t/m 1 november 2009 in museum Beelden aan Zee te zien is, geeft voor het eerst in Nederland een groot overzicht van de twee belangrijkste Italiaanse beeldhouwers uit de naoorlogse periode: Marino Marini (1901-1980) en Giacomo Manzù (1908-1991). Twee kunstenaars die, in onderlinge rivaliteit en via verschillende wegen, de klassieke figuratieve beeldhouwkunst tot een verrassend nieuw hoogtepunt brachten. Tevens zal in deze expositie dieper worden ingegaan op de invloed die de Italiaanse beeldhouwkunst heeft gehad op de Nederlandse beeldhouwers uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, hetgeen een tot nu toe nog nauwelijks verkend terrein was.

Wij hopen u te mogen begroeten op 8 juni.

Stedelijk Museum Amsterdam wint de allereerste Turing Toekenning

26 Mei 2009

Het tentoonstellingplan Mike Kelley, a Retrospective 1973 - 2010 heeft de Turing Toekenning 2009 in de wacht gesleept. Job Cohen reikte de trofee namens de Turing Foundation uit aan Gijs van Tuyl, directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam. De Turing Toekenning is een donatie van 450.000 euro, die elke twee jaar wordt uitgereikt aan één tentoonstellingplan van een Nederlands museum.
De expositie Mike Kelley, a Retrospective 1973 - 2010 kwam qua kwaliteit, originaliteit en tentoonstellingsconcept als beste uit de bus. Een zó complete solopresentatie van deze belangrijke Californische kunstenaar is nog nooit in Nederland vertoond. Daarbij kan juist deze expositie een nieuw en breed publiek interesseren voor hedendaagse kunst.
Lees verder

Restauratieproject Mondriaan

Van de website van het Gemeentemuseum Den Haag, 15 mei 2009

Na het diepgaande onderzoek naar de Victory Boogie Woogie, wordt nu de Evolutie triptiek onderzocht. Evolutie (1911) is een belangrijke schakel in het oeuvre van Mondriaan; het laat de overgang zien van zijn figuratieve naar zijn geabstraheerde werk. Restauratoren ontdekken verschillende verflagen in het werk, die door een wisselwerking van krimpen en uitzetten van de verflaag zichtbaar worden. Dit bijzondere restauratieproject kan dankzij steun van de Bankgiro Loterij uitgevoerd worden.
In Evolutie is te zien dat er verschillende verflagen over elkaar heen zijn aangebracht. Door het krimpen en uitzetten van de verschillende lagen verf zijn er ‘tunnels’ of ‘spataders’ ontstaan, die tonen dat zich onder de okergele verflaag een oranje laag bevindt. Evolutie werd door Piet Mondriaan gezien als een kubistisch werk, totdat hij in 1911 werk van Cézanne en Picasso zag en zich realiseerde wat kubisme écht inhield. Deze confrontatie tussen de grootmeesters Cézanne – Picasso – Mondriaan is dit najaar onderwerp van een grote internationale tentoonstelling in het Gemeentemuseum.
Naast Evolutie worden er momenteel ook twee Rastercomposities gerestaureerd, waarbij duidelijk de verschillen te onderscheiden zijn van wel- en niet gerestaureerde delen van het werk. De restauratoren van het Gemeentemuseum ontdoen de werken van verkleurde vernislagen en oude retouches. Ook kleine kalkdeeltjes die op de werken waren achtergebleven na waterschade in het depot van het museum in 1964, worden zorgvuldig verwijderd. Wat overblijft zijn ‘naakte’, bijzonder helder gekleurde schilderijen. Zo blijkt duidelijk dat Piet Mondriaan een grote sensualiteit in zijn werk wist te leggen. Doordat de werken zich nu in een tussenstadium in de restauratie bevinden, zijn de verschillen tussen behandelde en onbehandelde delen goed zichtbaar.

ICN op YouTube

Twintig filmpjes van het ICN staan op YouTube. Het videokanaal waarop de films te bekijken zijn, is: http://www.youtube.nl/instcollnederland.

De meest prominente film is die over het wetenschappelijk onderzoek aan de Victory Boogie Woogie, het laatste onvoltooide schilderij van Piet Mondriaan (1872-1944).

Lancering bijdrageregeling fonds Studie en Publicatie VVNK

Persbericht 24 maart 2009

De VVNK 1900 is een landelijke ontmoetingsplaats voor liefhebbers van beeldende kunsten uit de boeiende periode 1880 - 1940. Doel van de VVNK is het verdiepen van de kennis van haar leden, het wekken van belangstelling en het bevorderen van studie en publicatie.
De VVNK is ontstaan uit de Stichting Schone Kunsten rond 1900. Deze is opgericht door nazaten van kunstenaars en kreeg veel kunst in bezit. De collectie is in langdurig bruikleen ondergebracht bij het Drents Museum te Assen dat samen met de eigen verzameling een van de mooiste Nederlandse collecties kunst rond 1900 bezit.

De VVNK beschikt over een bescheiden Fonds studie en publicatie. Uit het Fonds wordt de onlangs ingestelde tweejaarlijkse scriptieprijs voor masterstudenten gefinancierd. Hiervoor komen scripties in aanmerking over beeldende kunst uit de periode 1880-1940. De inzendingtermijn sluit 1 oktober 2009.

Nieuw is dat ook andere bijdragen uit het Fonds mogelijk zijn voor activiteiten die betrekking hebben op de beeldende kunsten uit die periode; bij voorkeur -maar niet uitsluitend- in relatie tot de collectie van de Stichting Schone Kunsten/Drents Museum.

Omschrijving en spelregels, samenvattend:
Onder beeldende kunsten worden begrepen kunstvormen zoals schilderkunst, beeldhouwkunst, architectuur, grafische kunsten, toegepaste kunst. De activiteit moet gaan over het oeuvre van een Nederlandse dan wel een in Nederland gewerkt hebbende kunstenaar, maar ook kan gedacht worden aan de maatschappelijke context, verbanden, etc.
Bij activiteit wordt gedacht aan het schrijven van een publicatie of proefschrift, het organiseren van een tentoonstelling of bijbehorende publicatie, etc.
Behalve personen komen ook verenigingen en stichtingen in aanmerking, maar geen overheden of commerciële instellingen. Het bestuur beslist, zonodig na het inwinnen van advies, en wel op criteria als wetenschappelijkheid, museale kwaliteit en originaliteit.

De volledige bijdrageregeling staat op de website www.vvnk.nl en kan bij de secretaris worden opgevraagd alwaar ook de aanvrage kan worden ingediend.
Secretaris: Reinier Dozy
E-mail: secretaris.vvnk@gmail.com

RKD van start met groot database-project stillevens

Persbericht maart 2009

Het RKD is van start gegaan met een groot project voor stillevenschilderkunst, het Segal Project. Informatie en afbeeldingen van zo’n 30.000 stillevens worden ingevoerd in de online-database RKDimages. De eerste 1200 stillevens in de database zijn te zien op de Tefaf in Maastricht.
Het project wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met dr. Sam Segal, bioloog en specialist op het gebied van stillevens. Segal heeft in de afgelopen 35 jaar een uitvoerige stillevendocumentatie opgebouwd, die hij op termijn aan het RKD zal schenken. Deze documentatie bestaat uit informatie en beeldmateriaal van ca. 90.000 kunstwerken, waarvan er ca. 30.000 door Sam Segal werden onderzocht, beoordeeld en beschreven. Het RKD prijst zich zeer gelukkig met deze bijzondere schenking, die een uitgelezen aanvulling zal zijn op de reeds in het RKD aanwezige stillevendocumentatie.

Deze 30.000 beschrijvingen en afbeeldingen van stillevens worden ingevoerd in de database RKDimages. Veel van deze informatie is niet eerder in de kunsthistorische literatuur gepubliceerd. Inhoudelijk zal de nadruk liggen op de toeschrijving van de stillevens, de ontsluiting in trefwoorden van de afgebeelde bloemen en planten (met hun Latijnse namen) en de herkomst van de kunstwerken. Gedurende het project, dat ongeveer vijf jaar zal duren, is dr. Segal gastmedewerker van het RKD.
Het Segal Project kan worden uitgevoerd dankzij de financiële steun van de Britse ondernemer Brian Capstick, directeur van Datix in Londen, een bedrijf dat is gespecialiseerd in software voor de gezondheidszorg.

De eerste resultaten van het Segal Project zijn online te zien via zoeken op ‘Segal-project’ in het zoekformulier van RKDimages.

Voor meer informatie:
Rieke van Leeuwen
Conservator kunsthistorische databases RKD
E: leeuwen@rkd.nl
T: 070 3339782

Nieuw: www.collectiewijzer.nl

Wat is de Collectiewijzer?
De Collectiewijzer is een project van het Instituut Collectie Nederland.
De Collectiewijzer is een website met een breed aanbod aan informatie over roerende erfgoedcollecties. In de Collectiewijzer zijn Nederlandse erfgoedcollecties toegankelijk op objectniveau. Daarnaast is de Collectiewijzer een platform voor kennisuitwisseling voor iedereen die werkt met roerend cultureel erfgoed. De gebruikers dragen zelf informatie aan.

Voor wie is de Collectiewijzer?
Iedereen die werkt met roerend cultureel erfgoed of daarin geïnteresseerd is kan de Collectiewijzer raadplegen. De Collectiewijzer is laagdrempelig, richt zich specifiek op het Nederlandse veld en is Nederlandstalig. Er zijn tal van verwijzingen, ook naar anderstalige websites.

Waarom een Collectiewijzer?
De Collectiewijzer is een centraal verzamelpunt voor kennis en informatie die anders verspreid zou blijven. Voor het Nederlandse vakgebied bestond zo'n verzamelpunt nog niet.

Hoe werkt de Collectiewijzer?
De Collectiewijzer bestaat uit vier onderdelen: Collecties, Vakkennis, Vakgenoten en Opleidingen. In 'Collecties' kun je zoeken in digitale Nederlandse erfgoedcollecties. In 'Vakkennis' vind je allerlei informatie over het beheer en behoud van roerend erfgoed. Het onderdeel 'Vakgenoten' stimuleert contact tussen collega's via een digitaal netwerk. In het onderdeel 'Opleidingen' is informatie te vinden over cursussen op het vakgebied en worden e-learning modules aangeboden.

Hoe kan ik meedoen?
Als je informatie wilt aandragen of anderszins een bijdrage wilt leveren, meld je dan eerst aan als gebruiker. Wil je jouw collectie ook doorzoekbaar maken via de Collectiewijzer? Vertel het ons!
www.collectiewijzer.nl