Eddy de Jongh

Eddy de Jongh
Curriculum vitae Eddy de Jongh
Eddy de Jongh (1931) studeerde kunstgeschiedenis in Utrecht bij Jan G. van Gelder en William S. Heckscher. Tussen 1963 en 1966 was hij als bibliothecaris aan het Utrechtse Kunsthistorisch Instituut verbonden, later werkte hij daar als wetenschappelijk medewerker. Van 1966 tot 1973 maakte hij deel uit van het Centrum voor Voortgezet Kunsthistorisch Onderzoek, in 1976 werd hij benoemd tot hoogleraar iconologie en kunsttheorie aan de Rijksuniversiteit Utrecht, een functie die hij tot 1990 zou bekleden. Hij is (rustend) lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, honorary member van de Historians of Netherlandish Art en doctor h.c. van de Universiteit van Amsterdam. In 1987 ontving hij de Karel van Manderprijs, in 2011 de De Gijselaar-Hintzenfondsprijs.
Hij was een van de oprichters van Simiolus en redacteur van dit tijdschrift tot 1976. Sinds 1990 is hij redacteur van Kunstschrift. Zijn publicaties liggen voornamelijk op het gebied van de zestiende en zeventiende-eeuwse Nederlandse kunst en op dat van de kunsthistoriografie. Hij schreef en redigeerde ook diverse catalogi, bij tentoonstellingen in het Rijksmuseum (Tot lering en vermaak, 1976, en – samen met Ger Luijten – Spiegel van alledag, 1997); het Centraal Museum (Schilderij centraal, 1979-80 en – samen met Jan Piet Filedt Kok – Peter Vos en Charles Donker, 2010); het Frans Halsmuseum (Portretten van echt en trouw, 1986); het Rembrandthuis (Charles Donker, etser, 2002 – samen met Peter Schatborn); de Auckland City Art Gallery (Still life in the age of Rembrandt, 1982) en The Yamaguchi Prefectural Museum of Art en Kunsthal, Rotterdam (Faces of the Golden Age, 1995). Verder publiceerde hij artikelen en boekbesprekingen in o.a. Burlington Magazine, Oud Holland en Kunstschrift alsook in Vrij Nederland en NRC Handelsblad.
