Voor VNK leden
Met ingang van 1 januari 2010 is de jaarlijkse contributie voor leden met een betaalde baan
€ 30,- en de jaarlijkse bijdrage van studenten en leden zonder betaalde baan € 23,-.
Wij danken u voor uw inzet!

Kunsthistoricus in de kijker: Micha Leeflang
Iedere maand vindt u hier een nieuw interview met een kunsthistoricus die zich in de kijker heeft gespeeld. In de maand januari geeft Micha Leeflang antwoord op de tien vaste vragen.
Micha Leeflang, 34 jaar, conservator Oude Kunst van Museum Catharijneconvent in Utrecht, studeerde en promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen, werkte als wetenschappelijk medewerker aan de bestandscatalogus Vroeg Nederlandse Schilderkunst van het Rijksmuseum te Amsterdam en is sinds kort betrokken bij het materieel-technische onderzoeksproject naar Utrechtse miniaturen uit de vijftiende eeuw.
1.Waarom ben je kunstgeschiedenis gaan studeren?
Na eerst een aantal jaren aan de kunstacademie Minerva te Groningen de opleiding Grafische Vormgeving te hebben gevolgd, besloot ik Kunst- en Architectuurgeschiedenis te gaan studeren aan de Rijksuniversiteit Groningen. Op de kunstacademie werd namelijk per week één uur kunstgeschiedenis onderwezen en ik vond dit zo interessant en motiverend dat ik mij hier volledig aan wilde gaan wijden.
2.Welke verwachtingen had je aangaande je toekomstige carrière en wat is daarvan uitgekomen?
Tijdens mijn studie heerste het beeld dat als je kunstgeschiedenis studeerde tevreden moest zijn als je überhaupt een baan wist te bemachtigen binnen het vakgebied. Kunstgeschiedenis studeer je omdat je het leuk vindt, niet omdat je later veel geld wilt gaan verdienen. Ik hield mij altijd voor dat als je maar enthousiast en gemotiveerd genoeg bent er altijd wel iets op je pad komt: en dat bleek ook het geval te zijn.
3.Wat beschouw je als een succesmoment tijdens je loopbaan als kunsthistoricus? Waar ben je echt trots op?
Mijn promotie tot doctor aan de Rijksuniversiteit Groningen op de materieel-technische kunsthistorische studie Uytnemende Schilder van Antwerpen, Joos van Cleve: atelier, productie en werkmethoden, nu drie jaar geleden (2007).
4.Wat zijn je plannen op de korte en langere termijn?
Vanuit het museum ben ik nu bezig met de voorbereiding van een tentoonstelling over de schilder Joos van Cleve (ca. 1485-1541) in samenwerking met het Suermondt-Ludwig Museum in Aken. Het is natuurlijk een enorm voorrecht dat ik de mogelijkheid krijg om de kunstenaar die het onderwerp vormde van mijn promotieonderzoek ook bij een breder publiek onder de aandacht te brengen. Verder ben ik betrokken bij een onderzoeksproject onder leiding van prof. dr. Claudine Chavannes aan de Universiteit van Amsterdam dat zich bezighoudt met het technische onderzoek naar Utrechtse miniaturen uit de vijftiende eeuw. Hoewel het materieel-technisch onderzoek naar schilderijen tegenwoordig een vast onderdeel is van kunsthistorische studies, zijn miniaturen nog maar nauwelijks het uitgangspunt geweest van technische analyses. De kick-off van het project vond plaats na de sluiting van de tentoonstelling De wereld van Katherina. Devotie, demonen en dagelijks leven in de 15e eeuw, in Museum Het Valkhof, Nijmegen op 3 januari jl. Een groot aantal boeken en losse fragmenten werden bestudeerd met Raman-spectroscopie en infraroodreflectografie.
5.Welk kunsthistorisch boek maakte een verpletterende indruk op jou, was/is misschien zelfs richtinggevend voor je werk?
Ik blijf mij altijd verbazen over de briljante observaties van Max J. Friedländer in zijn reeks over vroeg Nederlandse schilderkunst (Die altniederländische Malerei, 1924-1937). Veel van de door hem samengestelde oeuvres blijven overeind –zelfs nu deze worden onderworpen aan vele technische onderzoeksmethoden. En meer recent: Prayers and portraits: unfolding the Netherlandish diptych van John Hand, Catherine Metzger en Ron Spronk (2006): een prachtig vormgegeven tentoonstellingspublicatie waarin technische gegevens op een evenwichtige manier zijn geïntegreerd en bijdragen aan nieuwe hypotheses.
6.Als het mogelijk was terug te gaan in de tijd, welke kunstenaar of kunsthistoricus zou je willen ontmoeten? Wat zou je hem of haar willen vragen?
Joos van Cleve uiteraard! Ik zou hem vragen naar de samenstelling van zijn atelier: hoeveel leerlingen hij had, hoe hij nu exact te werk ging en hoe hij aan zijn belangrijke opdrachten kwam.
7.Van welk kunstwerk of gebouw gaat jouw hart sneller kloppen en waarom?
Ik word door vele vijftiende- en vroegzestiende-eeuwse schilderijen echt geraakt. Het paneeltje met Johannes in de Wildernis van Geertgen tot Sint Jans in de Gemäldegalerie in Berlijn bijvoorbeeld. Maar ook een bezoek aan het depot van verschillende musea doet mijn hart vaak sneller kloppen. Wanneer de rekken met schilderijen worden uitgetrokken is het altijd weer spannend om te zien wat er tevoorschijn komt. Behalve schilderijen is mijn interesse in middeleeuwse boeken de laatste jaren enorm toegenomen. De eerste keer dat ik de zogenaamde Bernulfuscodex, Beeldschone Boeken, De Middeleeuwen in Goud en Inkt (Museum Catharijneconvent, Utrecht, 2009), was dan ook onvergetelijk!
8.Welke tentoonstelling heb je als laatste gezien? En wat vond je ervan?
De wereld van Katherina. Devotie, demonen en dagelijks leven in de 15e eeuw, in Museum Het Valkhof, Nijmegen. Het is echt fantastisch dat het getijdenboek van Katherina van Kleef is uitgebonden. Het biedt een unieke mogelijkheid om de vele rijk gedecoreerde bladen naast elkaar te zien. Ik hoop de expositie ook nog in de Morgan Library in New York te gaan bewonderen.
9.Wat verwacht je van een vereniging voor kunsthistorici?
Dat het een platform is voor discussies over onder meer relevant onderzoek, nieuwe onderzoeksmethoden, restauratie-ethiek. De vereniging voor kunsthistorici biedt tevens de mogelijkheid om nieuwe mensen met dezelfde interesses te leren kennen.
10.Welke tip of goede raad wil je je collega-kunsthistorici meegeven?
Enthousiasme voor het vak uitstralen en behouden!